Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kneep Hek-tor.

Die wou hem bij-ten.

Dries liep op een draf heen.

Hij viel op zijn knie.

Zijn broek was «tuk.

Waarom wou hij Hek-tor ook knij-pen ?

Bladz. 32 en 33:

Dolf was al elf jaar.

Toch wou hij zijn schoe-nen niet zelf poet-sen.

Moe jraf hem het pot-je met smeer en <len bor-siel.

Hij smeet zijn schoe-nen neer, en bleef staan prui-len. Hij mocht zijn schoe-nen niet xmy-ten.

Hij smeer-de een schoen in.

Toen die klaar was, keek hij al half zoo boos niet meer.

Bladz 33 en 34:

Lot-je komt moe-der hei-pen.

Zij gaat ons aan-klee-den.

Zij knmt mijn zus-je het haar.

Dan neemt zij ons mee naar school.

De <froo-ten loo-pen al-leen.

De klei-nen moe-ten hij haar blij-ven.

Zij ruimt al-les op.

Zij zeemt de rui-ten.

Bladz. 35:

Hit-je haal-de melk hij den melk-boer.

Zij riep: volk.

Baas Teun molk een koe.

Hij hielp Bet-je.

Melk ziet zoo wit als knik.

Maar kalk inoet niet in de knf-fie.

Bladz. 36:

Baas Uiik is aan het werk.

Hij maakt een perk.

Met zijn hurk jfaat hij hm-ken.

Turk moet niet in den tuin.

Vóór de oefeningen l»ij bladz. 37 en 38 is het gewenscht de volgende te laten fjaan, omdat de woorden met vl uit dat lesje moeilijker zijn:

Sluiten