Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het lesje op bl. 14 wordt de x behandeld. De onderwijzer schrijft op het bord en laat lezen: Max, Fe-lix, Fi-lax, ex-a-nien, ex-er-cee-ren. Daarna kan het lesje gelezen worden.

Bladz 16:

A-li-da was ern-stig ziek ge-weest.

Zij had de koorts ge-had.

Zij mocht vol-strekt niet naar bui-ten.

Moe kon zich ge-woon-lijk niet met haar be-moei-en.

Met den bril van groot-va-der ge-leek zij pre-cies op de

juf-frouw van de eer-ste klas.

Hou-ten Ka-trijn moest maar staan.

Dik-ke Ant-je keek heel be-nauwd.

Bladz. 19:

Cor-ne-li-a zat in den ta-fel-stoel.

Moe had een bord-je pap op-ge-schept.

Zij zat lek-ker-tjes te smul-len.

Na een oo-gen-blik kwam poes bin-nen.

Zij sprong op de ta-fel.

Met haar ton-ge-tje lik-te zij van de pap.

Cor-ne-li-a wil-de dat vol-strekt niet heb-ben.

Met haar pap-le-pel sloeg zij naar de klei-ne snoep-ster.

Haar krul-le-bol spat-te vol pap.

Bladz. 21:

The-o-door had een hok-je ge-maakt voor de mus-schen. Hij had een leeg si-ga-ren-kist-je te-gen den schoor-steen ge-spij-kerd.

Toen er jon-ge vo-gelt-jes wa-ren, had-den de inus-schen het druk.

Van 's-mor-gens tot 's-a-vonds moes-ten zij voed-sel voor

hun kin-der-tjes zoe-ken.

De ou-de vo-gels za-ten in angst.

Voort-du-rend vlo-gen zij ang-stig heen en weer.

Ge-luk-kig wa-ren de jon-ge vo-gel-tjes niet dood-ge-val-len.

Bladz. 24:

l)e pop-pen-kast stond dicht bij de school.

Het ging niet ge-mak-ke-lijk een plaats-je te krij-gen.

Klaas van den schoen-ma-ker ver-gat zijn bood-scliap. Ka-trijn was on-deu-gend ge-weest.

Sluiten