Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz 35:

Ka-rel en Ma-rie-tje wa-ren bij hun oom ge-lo-geerd.

Soms gin-gen zij kij-ken, als oom de koei-en melk-te. Met Cor-ne-lis en Do-rus pluk-ten zij een me-nig-te fraai-e bloe-men.

Tel-kens zorg-den zij voor ver-sche bloe-men.

Zij moch-ten niet dicht bij de spoor-baan ko-men.

Het was daar ge-vaar-lijk, als de spoor-trein voor-bij-reed.

Bladz. 37:

Met haar ver-jaar-dag had Ber-ta een nieu-we pop ge-kre-gen. Die had een mooi-en krul-le-bol en slaap-oog-jes.

Het was pre-cies, of zij sla-pen ging.

De groo-te zus-ters van Ber-ta zou-den de kleer-tjes ma-ken. So-phie, die al acht-tien jaar is, zou een man-tel-tje en een

nacht-ja-pon ma-ken.

Ie-de-ren a-vond werk-ten de meis-jes aan het pop-pe-goed. Moe-der zou schoen-tjes, een hoed en een pa-ra-sol koo-pen..

Bladz. 40:

Door al het re-ge-nen was de pop ver-kou-den ge-wor-den. Toen Ber-ta thuis ge-ko-men was, kleed-de zij de pop dade-lijk uit, en stop-te haar warm-pjes on-der de de-kens. Frits be-dacht een grap-je. Hij liep stil-le-tjes Ber-ta achter-na, en pak-te voor-zich-tig de pop uit het wa-gen-tje. Ber-ta werd ver-drie-tig en liep schrei-end naar huis.

Toch moest zij la-chen om haar on-deu-gen-den broer.

Bladz. 42:

Fre-de-rik had lang naar een mooi-en ij-ze-ren hoe-pel verlangd.

Bij-na al zijn ka-me-raad-jes had-den er een.

Dik-wijls had hij er thuis over ge-spro-ken.

Op zijn ver-jaar-dag kwa-men Va-der en Moe-der hem 's-inor-

gens fe-li-ci-tee-ren.

Toen hij zijn hoe-pel kreeg, sprong liij van blijd-schap in het rond.

Zoo-dra het ont-bijt af-ge-loo-pen was. moest hij e-ven-tjes

den hoe-pel pro-bee-ren.

Hij had nog een kwar-tier-tje den tijd.

Al-bert mocht den hou-ten hoe-pel ge-brui-ken.

Met den hoe-pel-stok sloeg Fre-de-rik er op los.

Vlak bij het huis van zijn vriend-je rol-de de hoe-pel te wa-ter. Fre-de-rik be-dank-te den schip-per heel vrien-de-lijk.

Sluiten