Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGSEL.

Spraakgebreken.

Reeds weid in § 14 opgemerkt, dat kinderen met spraakgebreken in den regel een afzonderlijke behandeling eischen. Heel vaak zelfs zal de gewone onderwijzer, die geen studie gemaakt heeft van dit onderwerp, er weinig aan kunnen doen. Toch is met wat oplettendheid, kalmte en volharding nog wel wat te bereiken.

We zullen hier daarom ook alleen eenige wenken geven, waarvan de gewone onderwijzer voordeel kan hebben.

In het dagelijksch leven verstaat men onder spraakgebreken het onvermogen om een of andere letter niet ot niet goed uit te spreken. Men zal niemand een „spraakgebrekkige" noemen, omdat hij aan de klinkers een Rotterdamsche, Amsterdamsche, Haagsche of Groningsehe wijziging of bijklank geeft, zelfs denkt men er niet aan een Zeeuw met dien naam te betitelen, als men hem zoo vreemd met de h en <j hoort omspringen.

Zoo iemand spreekt Amsterdamsch of Zeeuwsch of wat ook, maar — zoo gevoelt men — onvermogen om „zuiver Nederlandsch" te spreken mag men hem daarom nog niet toekennen.

Indien wij „spraakgebreken in de school*' zullen nagaan, doen we echter goed daarbij ook die gewestelijke of plaatselijke verschijnselen in het oog te houden, omdat daaronder veel

Sluiten