Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter verwachten van de omgeving Komt een kind met dit plaatselijk spraakgebrek ergens wonen, waar het niet voorkomt, dan kost het den onderwijzer dikwijls weinig moeite het hem af te leeren, omdat de omgeving krachtig helpt.

Wil men daarentegen trachten het uit te roeien in een plaats, waar het algemeen voorkomt, dan is de moeite meestal vergeefsch. Het afleeren van een verkeerde uitspraak van klinkers is gewoonlijk nog gemakkelijker.

In ieder geval is het wenschelijk te onderzoeken, of pogingen tot verbetering iets helpen; na eenigen tijd kan men wel beslissen, of het al dan niet geraden is er mee voort te gaan.

In het bovenstaande zijn voornamelijk die spraakgebreken behandeld, waarmede de onderwijzer te maken heeft, en waaraan door hem iets gedaan kan worden.

Wil men van dit onderwerp meer weten, dan raadplege men daarvoor een of ander werk. dat er meer in bijzonderheden over handelt; Eldar. Spreken en Zingen is daarvoor tegenwoordig niet meer de eenige. maar toch nog altijd een zeer goede raadgever.

Vragen en Opgaven.

1. \\ aarin *1 lillersdïeiden zieli < 11■ tegen woordige leesleerwijzen van de vroegere spelmethode?

2. Wat is het doel van het aanvankelijk leesonderwijs?

Welke moeilijkheid ontstaat er voor de leerlingen, doordat in onze taal niet iedere letterklank een eigen teeken heeft?

4. Welken geestesarbeid heeft de jonge lezer te verrichten, bij het lezen van losse woorden, welken bovendien nog als hij ook zinnen zal lezen?

5. Vergelijk den geestesarbeid van iemand, die „stil" leest, met dien van een, die „overluid" leest.

t>. Hoe verklaart ge, dat iemand, die „stil" leest, de lippen beweegt, en in hoever kan dat behulpzaam zijn bij het opvatten der gedachten?

7. Wat brengen de leerlingen bij hun komst op de lagere school mee, dat dienst kan doen bij het aanv. leesond. ? Wat ontbreekt hun?

Sluiten