Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Wat is er voor, wat tegen het gebruik van letterverbindingen zonder beteekenis?

9. Hoe kan het „uitsluitend lezen van letterverbindingen met beteekenis" een middel tot eigen controle zijn voor den jongen lezer?

10. Waarom moeten voorzetsels e. d. in zinnen voorkomen?

11. De voor- en nadeelen van „lesjes" tegenover „losse woorden".

12. Waarom mogen ter wille van het aanv. leesond. niet iw/zaakvoorstellingen worden aangebracht?

18. Voor- en nadeelen van de verbinding van aanv. leesond. met andere vakken.

14. Waarom „komen definities in de laagste klasse niet te pas"?

15. Waarom mag een lesje niet over veel zaken tegelijk handelen?

lt>. Hoe werkt het „toonen van belangstelling door den onderwijzer" ?

17. Wat verstaat men onder het „dramatiseeren van een leeslesje" ?

18. Waartoe kunnen illustraties in een leesboekje dienen?

19. Aan welke eischen moeten ze voldoen?

2<*. Zoek eenige voorbeelden van lesjes, waarbij men de leerlingen brengen kan tot het begrijpen van iets, dat niet in de les staat (zie $ 11).

21. Toon door voorbeelden aan, dat ook op zedelijk gebied rekening moet gehouden worden met ..apperceptie-materiaal".

22. Geef voorbeelden van deugden, die boven de bevatting van het jonge kind liggen en ga na, waarom.

23. Waartoe dient „moraliseeren" ? Hoe moet het worden ingericht?

24. Aan welke eischen moeten de leeslesjes voldoen wat den vorm betreft ?

2"). Welk voordeel leveren samenspraken op?

26. Ga van enkele lesje na, of ze als samenspraak zijn te gebruiken en hoe dit moet gebeuren.

27. Welke versjes zijn voor de eerste leesboekjes te gebruiken?

28. Wat verstaat men onder de „vooroefeningen voor het aanv. leesond " ?

29. Waarom is het noodig de letters in hun „natuurlijke uitspraak" te laten opmerken?

30. Waarom kan dit gemakkelijker bij de m dan bij de b 't

31. Waarom merken de leerlingen een bepaalden klank beter op, als eenige woorden met dien klank gegeven worden, dan wanneer men een woord laat ontbinden?

32. Welken dienst doen de platen bij de vooroefeningen?

38. Waarom is een gezin op verschillende oogenblikken van den «lag afgebeeld?

34. Welk voordeel heeft het laten gebruiken van voorwerpen?

Sluiten