Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering voor den Gouden Leeuw van Nassau in de plaats werd gestold naar den 4ri den mansstam al reeds uitgestorven tak Oranje-Nassau-orde genoemd werd. Wilde men daarmee te kennen geven, dat men hier te lande dien tak toch nog als zelfstandigen hoofdtak bleef beschouwen » Of was het meer een hulde en een herinnering aan het met de geschiedenis van ons vaderland zoo nauw verbonden stamhuis? Volgens de Memorie van Toelichting het laatste; derhalve kan de naam onveranderd blijven, ook als eenmaal een ander stamhuis op den troon komt Terloops zij er hier op gewezen, dat de minister Van Tienhoven, bij de verdediging van het wetsontwerp, waarbij de orde werd ingesteld, (Hand. 1891/92, blz. 852), in de 2e Kamer zeide. dat de koning als souverein van Luxemburg de beschikking had over genoemde huisorde en dat die niet meer ter beschikking stond van de Koningin, omdat deze geen Groothertogin van Luxemburg was. Begrijp ik de zaak wèl, dan was dit niet volkomen juist en verloor de Koningin de beschikking over die huisorde om dezelfde reden, als waarom zij Luxemburg moest prijsgeven, n.1. omdat haar tak in de mannelijke lijn was uitgestorven.

.4) Tot omstreeks het midden der 1 Te eeuw voerden alle leden van het geslacht Nassau den titel van Graaf, gelijk de voornaamste hunner bezittingen graafschappen waren.

[>e eerste die den titel van Vorst (prins kreeg was Johan Lodewijk van Nassau-Hadamar, die S October 1 fr>50 door den keizer tot den rijksvorstenstand verheven werd. Enkele jaren later had ditzelfde plaats met verschillende ieden van den tak van Nassau-Siegen, alsook met den tak van Nassau-Dillenburg en in l»»04 met den Frieschen stadhouder Willem Frederik graaf van NassauDietz, van wien onze Koningen afstammen.

In Iti-S* en 173? kregen ook de leden van den Walramschen tak den titel van Vorst.

(5) Hij het vaststellen van de Nassausche huisordening in 178:5. is men uitgegaan van deze gedachte, dat de verdeeling van 1255 nooit een daadwerkelijke verdeeling of dooddeeling geweest is, maar een zoogenaamde «Mutschierung" of gebruiksdeeling, zoodat er tusschen de verschillende takken een soort van gezamende handsche band bleef bestaan, of gelijk men het destijds uitdrukte, dat het geheele complex der Nassausche allodién in den grond als één ondeelbaar lichaam moest beschouwd worden. Eerst als er in het geheel geen mannelijke Nassau's meer zijn, eerst dan kan er van een overgang van goederen, titels en geslachtsnaam sprake wezen. Daar de moeder van Koningin Emma een zuster van Hertog Adolf van Nassau was, zou het denkbaar zijn, dat Koningin Wilhelmina en haar nakomelingen, bij eventueel uitsterven van dien tak, langs dezen omweg het recht kregen zich Hertogen van Nassau te noemen, hoewel daar niet veel kans op is, omdat andere vrouwelijke linién haar zouden voorgaan en zij ook in haar eigen linie niet de naaste is.

6) Het stamhuis van Oranje had tot legendarischen stamvader, een roemruehten paladijn van Karei den Groote, bekend onder den naam van «Willem met den Hoorn" vandaar later de jacht- of krijgshoorn in het wapen], die met het door hem op de Saracenen veroverd gebied van Oranje, in het Z. O. van Frankrijk, begiftigd werd. Het eigenlijke stamhuis begint echter eerst met Willem II, die een paar eeuwen later leefde. Zie verder Aanteekening 5 bij .Hoofdstuk IV.

Sluiten