Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKEN1NGEN.

;!i Dat de gemaal der Koningin Nederlander moet worden, ral voortvloeien uit hetgeen in volgende hoofdstukken over zijn positie als hoofd van het koninklijk gezin en van het nieuwe stamhuis zal gezegd worden. Aanvaardde hij de vreemde kroon dan zuu zijn verhouding tot Nederland een geheel andere worden. Eerst wanneer een zoon den Nederlandschen troon beklommen heeft, zou zoo iets zonder hinder kunnen plaats hebben.

Hoewel de Grondwet het niet uitdrukkelijk bepaalt, kan de onmogelijkheid voor den Gemaal der Koningin om een vreemde kroon te dragen toch geaeht worden bij analogie te volgen uit het verbod van art. 23. Waar het huwelijk m overleg met Staten-Generaal moet worden aangegaan, kunnen ongetwijfeld zekere voorwaarden gesteld worden. Iets anders ware het, zoo de kroor, overging op een vrouw die zooals indertijd Prinses Sophie, alreeds met een regeerend vorst wasgehuwd. Men had, zoo men het noodig oordeelde, reeds bij haar huwelijk bepalingen kunnen maken en verloor, zoo dit niet geschiedde, zijn recht om later eischen te stellen. De Grondwet geeft gelegenheid om, bij het huwelijk, naar bevind van zaken te handelen.

Wilde men echter, zoo dikwijls er kans bestond dat onze kroon zou overgaan in een elders regeerend huis, eischen dat de aanspraken op de vreemde kroon voor dc geheele nakomelingschap uit het huwelijk met de Nederlandsche Prinses werden prijsgegeven, dan zou men huwelijken met leden van regeerende huizen in veel gevallen schier onmogelijk maken, omdat deze dikwijls niet zoo talrijk zijn, dat ze een geheelen tak kunnen missen, zonder gevaar van uit te sterven.

2) Art. 23 van de Grondwet maakt alleen uitzondering voor de kroon van Luxemburg. Deze uitzondering heeft nu haar heteekenis verloren, tenzij — wat weinig waarschijnlijk is, maar niet volstrekt ondenkbaar — die kroon in de vrouwelijke lijn weer tot ons kwam; men zie Aanteekening 3 bij Hoofdstuk I over de familierelatie tusschen Hertog Adolf van Nassau, den tegenwoordigen groothertog. en onze Koningin-moeder, wier oom van moederszijde hij is. Ook indien art. 15 G. W. in werking trad, zouden beide kronen weer vereenigd worden.

,3 [>je aanleiding zou wél bestaan, indien het mogelijk was de verdere takken van het huis Mecklenburg het recht toe te kennen om onder zekere omstandig-

Sluiten