Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met gouden punten, de punten omhoog en de pijlen met een gouden lint te zamen gebonden."

Het Koninklijk Besluit gaat in art. 1 luidende: „Het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden, zoo wel als dat van Ons en Onze successeuren, Koningen dei-

Nederlanden, zal bestaan in " enz., blijkbaar

uit van de onderstelling, dat het rijkswapen en het koninklijk wapen één en hetzelfde zijn. In hoeverre die gelijkstelling uit art. 1 — gelijk sommige schrijvers m. i. ten onrechte hebben aangenomen door latere artikelen weder wordt te niet gedaan, is een punt, waarop wij straks zullen terugkomen. Vooraf wensch ik de beteekenis dier gelijkstelling te bespreken, met het oog op de voor het onderhavige geval niet onbelangrijke gevolgtrekking, dat er bij een regeerende Koningin geen sprake kan zijn van het voeren van een zoogenaamd alliantiewapen, gelijk dit anders door gehuwde vrouwen pleegt te worden gebezigd.

Wel heb ik in Hoofdstuk V, waar het de onderlinge verhouding der echtgenooten en het leven binnen den kring van het koninklijk gezin betrof, een onderscheiding gemaakt tusschen de private persoonlijkheid der koninklijke Gade in haar publiekrechtelijke hoedanigheid van regeerend Koningin, doch wij mogen — dunkt mij — niet vergeten dat, waar de Koningin, en in het algemeen een gekroond hoofd, zich aan de wereld buiten den eigen gezinskring vertoont, diens geheele persoon in de koninklijke hoedanigheid moet geacht worden op te gaan, anders