Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als daar, waar iemand met een ambt is bekleed en na voleindigde dagtaak, de uiterlijke teekenen van zijn waardigheid afgelegd hebbende, ook al vertoont hij zich in het openbaar, geacht wordt in de rijen deigewone burgers te zijn teruggetreden. De beteekenis van de erfelijke monarchie ligt juist daarin, dat het hoogste gezag niet aan een bijzonder persoon wordt toevertrouwd, maar bij de gratie Gods aan een historische dynastie en in die dynastie aan één hamleden, krachtens geboorterecht toekomt, zoodat men hier niet tusschen den drager van een ambt en den natuurlijken mensch kan onderscheiden en juist daarom het begrip van ambt of kwaliteit hier in het geheel niet toepasselijk is.

Om die reden zou het, naar mij voorkomt, geen zin hebben te onderscheiden tusschen het wapen der regeerende Koningin, als zoodanig, en liet wapen van de Koningin in haar privé, welk laatste dan, volgens sommiger meening, een gewoon alliantiewapen zou moeten zijn, waarvan het mannelijke schild Mecklenburg-Schwerin, en het vrouwelijke Oranje-Nassau (Nederland) voorstelt.

Ik zeide boven, dat de gelijkstelling van koninklijk en rijkswapen volgens het Koninklijk Besluit van 1815 niet altijd is erkend. In 1880 heeft de auteur der geruchtmakende brochure „Het wapen des Konings en des Rijks is in strijd met de wet," de heer J. A. de Bergh, getracht een tegenstelling te maken tusschen die beide, zich grondend op art. 7 en 8 van het Koninklijk Besluit:

Sluiten