Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te dekken met de koninklijke kroon, berustte dus op misverstand.

Meer gegrond was de bedenking, dat men bij de samenstelling van dat Besluit, geheel heeft nagelaten de accessoires van het rijkswapen te beschrijven. Hieruit af te leiden, dat dit niet met de koninklijke kroon mag zijn gedekt, zoovèr ging de heer De Bergh niet; waarom hij dan wèl aannam, dat er geen schildhouders aan mochten toegevoegd worden, is niet volkomen duidelijk.

Hem moet echter worden toegegeven, dat het devies, hetwelk de Koning uitdrukkelijk voor zich en zijne mannelijke descendenten heeft behouden, krachtens de letter van het Besluit, niet aan het rijkswapen zou mogen toegevoegd worden, wat niet wegneemt dat het blijkbaar de bedoeling was, ook in dit opzicht het koninklijk- en het rijkswapen aan elkaar gelijk te doen zijn, want op officieele afbeeldingen van het rijkswapen is dit, van 1815 tot heden, waar de ruimte het toeliet, steeds versierd met kroon, schildhouders en devies. Daar het helmteeken op het koninklijk wapen niet of hoogst zelden placht aangebracht te worden en alleen voorkwam op het groote ruiterzegel des Konings, zoo bestond er dus feitelijk tusschen de wapens des Konings en des Rijks volkomen overeenstemming. Naar mijne meening behoort die gelijkheid ook in de toekomst bewaard te blijven.

De accessoires dienen bij de herziening uitdrukkelijk voor het rijks wapen te worden vastgesteld ; men zou dan tevens den purperen, met Nederlandsche leeuwen

Sluiten