Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jeugdiger familieleden hadden te vergezellen, werden tot deelneming aan het feest uitgelokt door den milden zomeravond, wiens gelijke onder den Hollandschen hemel maar zelden was te genieten.

Zoo'n 17*1™ Juni had men in jaren niet beleefd; 1) de dagen die vooraf waren gegaan, hadden zich door guurheid en stortregens gekenschetst, en nu — daar op eens — niet slechts een enkele zonnestraal, de oranjezon, die zich niet verloochend had, maar een echte zomersche dag, eindigend in een avondstond, die uitlokte tot levensgenot in de open lucht. De feestgroet der natuur aan de geliefde vorstin wierp tegelijk een glans van vroolijkheid over hare getrouwe onderdanen, die niet als gewoonlijk, ondanks dikke sjaals en overjassen, behoefden te rillen, om deel te nemen aan de hulde haar gebracht. Ook was het of men elkaar het woord had gegeven, om vroeg te komen, lang voordat de illuminatie was aangestoken, zoodat de enkele achterblijvenden, zij, die eerst thuis nog rustig hun kopje thee hadden gedronken, of de hitte des daags wat hadden laten bekoelen, eer zij de wandeling naar „de Harmonie" ondernamen, bijna alle tafeltjes bezet vonden, en het een fortuintje mochten achten als zij nog terecht konden komen onder een der berceaux aan den meest afgelegen hoek van het terrein, waar men den „feeëntempel" in 't geheel niet kon zien, en de muziek alleen in hare luidruchtigste uitingen kon hooren.

Tot die misdeelden behoorde een heer van leeftijd, die eene jonge dame geleidde, en die zich nog bevoorrecht achtte, toen hij eindelijk het plekje gevonden had, waar hij onder een loofdak van zacht groen de rustplaats vond, die hij met vurig verlangen had gezocht.

„Ziezoo! kindlief, hier kunnen we blijven, tot alle lichtjes aangestoken zijn," sprak hij, zijne dame een voetbankje toeschuivende, en zelf van de drie stoelen, die rondom het ijzeren tafeltje geschikt stonden, er twee in beslag nemend. Een voor zijn persoon,

1) Toen deze novelle geschreven werd, was de 17e Juni nog een feestdag voor liet Nederlandsche volk — na den 3den Juni 1877 kan die vreugdedag niet meer zjjn dan een dag van herinnering en van rouw over een onherstelbaar verlies.

Sluiten