Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij overigen hebben die consideraties niet te gebruiken, en het is juist een avond voor Rüdesheiraer, die ze hier nogal goed hebben; zijn de heeren dat met mij eens?"

Allen stemden in, op eigenaardige wijze; van Yelzen bedong een karaf met water, en de jeugdige tweede luitenant rukte uit als fouragemeester, zooals hij zelf verklaarde.

Wij hebben opgemerkt, dat zijne zending ten volle slaagde, en hoe ook de bejaarde heer partij trok van den bediende, door de jolige buren gepraaid, zooals luitenant van Zijl zich uitdrukte.

Deze bijzonderheid zou zeker der vermelding niet waard zijn, zoo zjj ons niet het juiste oogenblik bepaalde, waarop die achtbare burger en zijne dame huns ondanks de toehoorders moesten worden van de luidruchtige gesprekken en dwaze uitvallen, door de jongelieden gevoerd. De oude heer, wat hardhoorend, en die aan de uiterste zijde van het prieel plaats genomen had, ving er niets van op, dan een verward gedruisch, dat hem herhaaldelijk deed vragen of het gejoel zijne nicht niet hinderde, waarop hij onveranderlijk ten antwoord kreeg, dat het haar niets hinderde, en dat zjj er maar zoo nu en dan wat van verstond. Wij gelooven echter dat zij met die verzekering niet volkomen oprecht was, daar zij, alleen door wat latwerk en wat gebladerte van de jongelui gescheiden, de levendige en luide gesprekken evengoed kon verstaan alsof zij van 't gezelschap ware geweest; alleen zij kon de sprekenden zeiven niet zien, evenmin als zij gezien werd, en zoo ontgingen haar tevens gebaren en blikken, die de gesproken woorden soms een geheel andere uitdrukking gaven d&n zij kon waarnemen. Zij luisterde eerst verstrooid en onverschillig, vervolgens scherper en met zeker opzet, hoewel, wie haar opmerkzaam had gadegeslagen, niet zou gezegd hebben dat het haar werkelijk amuseerde, zooals zij voorgaf; maar de goede oom sloeg haar niet opmerkzaam gade; hij genoot de rust, den zoelen avond en den verfrisschenden wijn, had kennelijk weinig stof of weinig opgewektheid tot praten, en zoo hij al nu en dan eene opmerking maakte, vond die zoo weinig weerklank, dat hij zijne poging tot gezelligheid al heel spoedig als een ijdele opgaf, en zich in eigen zoetvoerige gedachten verdiepte, denkelijk zelfs niet eens in iets wat men met recht gedachten kon

Sluiten