Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«En ons allebei," riepen de andere jongelieden luid lachend.

„Gij overigen maakt dat ge uwe eigene zaken doet, ik houd er geen huwelijksbureau op na; Eckbert alleen is mijn kandidaat. En ziet, nommer twee is daar zooeven voorbijgegaan, nog wel een beetje jong, maar eene snoepige blondine, een juffertje dat pas van school komt; broers en zusters genoeg, maar de gunstelinge van eene oude tante, die haar als kind heeft aangenomen en van hare geheele familie heeft geïsoleerd, omdat de moeder wat men hier noemt eene mésalliance heeft gedaan, met andere woorden een rijken winkelier trouwde, terwijl hare ouders tot de pratricische koopmansfamiliën der stad behooren "

„Die dwaasheid...."

„Zal u dienen, mijnheer "VVitgensteyn; de tante wil nu hare nicht en petekind naar haar zin uithuwelijken, en heeft daarvoor een rijk uitzet over en een mooi kapitaaltje om de jongelui op een goeden voet te laten leven tot ze hun zelve hare bezittingen overlaat, die zeer aanzienlijk zijn, want zij is een van de rijkste grondeigenaressen uit den omtrek, zooals mijnheer van Velzen zal kunnen getuigen, die weet wat zij 's jaarlijks aan belasting betaalt."

„Dan bedoelt gij zeker de oude juffrouw Welverdinck."

„Precies."

„Maar ik wist niet dat deze een nichtje bij zich had."

„Zij is nog maar een paar weken van de kostschool thuis, en ik twijfel er aan of zij het bij petemoei zoo prettig heeft om niet met dankbaarheid de hand aan te nemen, die haar uit dat vagevuur komt verlossen."

„Maar het zal toch de mijne niet kunnen zijn, want die dame verlangt zeker fortuin en rang in den pretendent harer nicht."

„Zij eischt geene fortuin; zij is integendeel trotsch en heerschzuchtig genoeg om wat daaraan ontbreekt aan te vullen, maar al is 't waar dat zij niet ongaarne de stiefdochter van den winkelier een huwelijk zag aangaan met een jonkheer, zoo zal zij zich toch wel tevreden stellen met een marine-officier, die een vlagofficier tot oom heeft."

„Een zee-officier die aan land wil blijven....?"

„Dat's stellig een vereischte, want hij zou van tijd tot tijd

Sluiten