Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staken de hoofden bijeen. Niet dat er zooveel bijzonders te zien was aan die beide paren. De heer van Berchem Senior, de respectabele bankier, kende ieder, en was door ieder gekend; zijn zoon was als hij zelf, met alle mensehen wel, bij allen gezien; het jonge vrouwtje in haar luchtig kleedje van gaze de Chambéry, met blauwe linten gegarneerd, en een hoedje met rozenknopjes, zóó elegant, dat zij het niet eens behoefde af te zetten bij den dans, was eene allerliefste verschijning, maar had toch niets in haar voorkomen of in haar kleeding, dat haar bijzonder onderscheidde van de andere dames; daarbij, men had haar verwacht, alleen Regina had men niet verwacht, en het wekte zekere verbazing, zekere voldoening tevens, dat zij zich in dezen kring liet zien. Men had gedacht dat zij haar rouw als voorwendsel zou nemen, om zich te excuseeren; maar nu zij dat niet had gedaan, haastte zich de vrouwelijke critiek, met de opmerkingen, dat zij haar rouw had behooren te verlichten, en grijs baroge had kunnen aantrekken, in plaats van bij de doffe zwarte zijde, met krip gegarneerd, te blijven, waarin men haar meestal zag, al was de stof als de vorm doorgaans op smaakvolle wijze gevarieerd. Bouillonnés van krip, tot over de knieën! en welke zijde! de zwaarste gros de Suez; een krans van gitten druiventrossen op het krippen hoedje; het was zeker eenvoudig en toch zoo gedistingeerd; niets wat naar opschik geleek, en toch zoo iets fijns, zoo iets vorstelijks, dat moest de afgunst erkennen.

„Ja, de taille was slank en buigzaam, en zooals ze daar binnentrad, vrij en fier als eene vorstin, was het waarlijk of zij zich als la reine du bal beschouwde, maar toch, mooi was anders; als ze zich dat inbeeldde dat ze mooi was, dan vergiste zij zich jammerlijk. Zoo'n geelbleeke kleur; zoo'n schraal mager gelaat, en dan die groote zwarte oogen, die zoo schuw en zoo melancholiek rondzagen, of waarmee ze de lieden aankeek, alsof zij ze door en door zien moest. Neen, dat mocht interessant heeten, een lief aardig gezichtje was het volstrekt niet; als men oprecht wilde zijn en de zaak bij den waren naam noemen, dan was ze leelijk, die Regina van Berchem, ondanks haar elegante kleeding, fiere houding en voorname manieren. En dan had ze zoo iets laatdunkens over zich, alsof ze eigenlijk eene groote concessie

Sluiten