Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met Regina had geen der aanwezige heeren van hare coterie afspraak durven maken; men had zelfs niet verwacht dat zij komen zou, en men was nog niet genoeg van de verbazing bekomen, om zich aan eene weigering te wagen, waartoe ook geen der jongelieden lust gevoelde.

Men zij als jong meisje nóg zoo besloten en nóg zoo preutsch, op het oogenblik dat alles rondom haar zich in beweging stelt, alleen te blijven, heeft iets pijnlijks, iets verootmoedigend», en 't scheen wel dat Regina het gevoelde, want hare groote oogen hadden eene diep zwaarmoedige uitdrukking, toen zij de paren naoogde, en er zweefde een minachtend glimlachje om haar mond, dat willicht meer smartelijk was, dan het wilde schijnen.

„Wel, hoe nu, kindlief, dans je niet?"' zei de oude heer van Berchem, die, na haar geplaatst te hebben, met zijn kennissen was gaan praten, en die nu eerst hare betrekkelijke verlatenheid opmerkte.

„Ik heb er geen plan op, oom, ik heb het u reeds gezegd."

„Kom, liefste, toon je nu niet zoo nuffig, wezenlijk ze zullen hier eene verkeerde opinie van je krijgen, en wie men ook zijn mag, dat schaadt altijd. — Kom aan, Jakob, toon eens dat een getrouwd man nog galant kan zjjn en overredingskracht heeft."

„Nicht Regina! ik kwam juist naar u toe om u te vragen; stel me niet teleur, en zie eens hoe ver wij 't samen kunnen brengen."

„Daar zitten nog vriendinnetjes van uwe vrouw, die gij veel liever vragen moet dan mij; ik heb er heusch geen lust in, Jakob."

„Nu, als ge volstrekt niet wilt," en reeds wendde de jonge van Berchem zich af, toen een zacht en gejaagd „Jakob!" van Regina hem terugriep, en zij zonder een woord te uiten opstond en zjjn arm nam, om zich welhaast onder de dansende paren te mengen.

„Wat is ze grillig!" lispelde de oude heer halfluid, en zich omwendend stond hij vlak tegenover Eckbert Witgensteyn, die, met zijn gezelschap heeren wat later binnengekomen, vermoedeljjk op weg was om zijn eersten aanval op Regina te wagen; deze had hem zien naderen, had hem herkend, en dat was de oorzaak van die gril, zoo onverklaarbaar voor haar oom. Had de jonge luitenant er iets van begrepen ? Of had hij de woorden verstaan, die niet aan hem waren gericht? Hoe dat ook zij, hij boog tegen

Sluiten