Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hot wel heel pleizierig vond op het mooie buiten rond te loopen, maar toch in 't eerst niet veel lust had om met het wilde kind te spelen, dat met de korte zwarte haren die over het voorhoofd hingen, met haar mager bleekgeel gelaat en groote als geslepen git schitterende oogen, al heel weinig aan zijn jongelingsideaal van een lief meisje beantwoordde. Dit was denkelijk de reden dat hij haar zoo kras aandurfde, geen harer grillen inwilligde, en dat, als het er op aankwam wie zijn zin zou hebben, geen van beiden toegaf, maar er liever om vocht wie de sterkste zou blijken of de behendigste was. Zoo vaak Regina het onderspit moest delven, trachtte de baboe tusschen beide te komen, doch werd dan gewoonlijk door beide partijen tegelijk aangevallen en afgesnauwd, hetgeen haar steen en been klagen deed over „den kwajongen" van den dokter, die hare nonna den versehuldigden eerbied onthield. Maar de heer des huizes gaf te kennen, dat hij juist daarom den jongen Eckbert graag zag komen, omdat deze het grillige, heerschzuchtige kind haar zin niet gaf, dien ze overigens altijd en bij allen liet gelden. Dokter Witgensteyn moest zjjn zoon gedurig vermanen toch wat inschikkelijk te zijn voor het kind, dat eenmaal eene schatrijke jonge dame zou zijn, en vooral te bedenken dat hij een meisje voor had, en geen jongen die zijn portuur was. Het kon nooit partie égale zijn tusschen hem en haar, beweerde de goede dokter, en daar Eckbert drie jaar ouder was, moest hij ook wat toegeven en de wijste zijn.

„Partie égale, neen, dat was het ook niet; want al de voordeelen waren aan hare zijde," gaf dan de kleine impertinentie wijsneus ten antwoord. „Ik ben de oudste en weet van alles, terwijl zij zoo dom is als een eend; maar zij is een half hoofd grooter dan ik, al zal dit niet altijd zoo blijven; en zij is zoo sterk, zoo veerkrachtig, zoo snel in hare aanvallen, dat ik liever met den brutaalsten grooten jongen van de school te doen heb, dan met die wilde boschkat, die leeljjke apin!"

Regina wist dat zij zoo door hem genoemd werd, en zij was het zelfs niet vergeten, zooals wij hebben gehoord; maar al kibbelend en stoeiend en elkander uitjouwend waren ze toch zoozeer aan elkander gewend, dat zij niet buiten elkander konden, zoodat Regina hare onhandelbaarste kuren en haar slechtste

Sluiten