Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door mevrouw Desvannes was uitgenoodigd de zorg voor het jonge meisje op zich te nemen.

Regina's verblijf in Zwitserland beantwoordde aan aller wenschen en verwachtingen. Zij voelde er zich gelukkig; hare gezondheid, die wel eens zorg had gegeven bij hare tengerheid en sterken groei, liet niets te wenschen over]: haar gestel werd krachtiger; haar geest werd gescherpt in den kring van beschaafde jonge meisjes, terwijl die wrijving in den omgang met anderen haar hoog noodig was na hare al te strenge afzondering op het Geldersch buiten. De band, die haar hechtte aan de vriendin harer jeugd, was wel losser geworden, maar werd niet gebroken. Zij nam geregeld deel aan het onderwijs; zij leerde zich verstaan met, zich schikken naar anderen, en zóó verkreeg zij wat door eene geïsoleerde opvoeding nooit kon worden bereikt, waarbij ééne alleen zich het middelpunt moet achten, waar alles omheen draait.

Zij trof er zelfs eene Hollandsche jonge dame aan, met welke zij een vriendschapsverbond sloot voor het leven, zooals men dat doet op zijn zeventiende jaar. Emma, een paar jaar haar oudere en weeze, verzuimde niet haar tot de vertrouwde te maken van hare liefdesgeschiedenis met een jongmensch, door de voogden voor goed afgewezen, doch wien zij in haar hart besloten had hare hand te reiken met hare fortuin, zoodra de wet haar meesteresse liet van zich zelve. Zoo waren er een paar jaren omgevlogen of het weinige maanden waren geweest, zonder dat het verlangen naar het vaderlijk huis bij haar bovenkwam. Toch voelde zij dat het tijd werd hare plichten als dochter op zich te nemen, toen de heer van Berchem haar schreef dat hij sukkelde en behoefte had aan haar bijzijn. Werkelijk had hij haar noodig. De Geldersche Jane, die tot hiertoe zijne huishouding bestuurde, was plotseling overleden aan eene kwaal, die zij zorgvuldig had verborgen om haar meester niet ongerust te maken, maar die zich des te krachtiger gelden deed, toen zij niet langer verbloemd kon worden.

Zoo keerde Regina dan terug tot dien vader, dien zij eigenlijk nooit recht had leeren kennen, en voor wien zij zelve zoo goed als eene vreemde was. Maar het hart sprak toch, toen zij elkaar weerzagen, en de dochter was bereid tot alle zelfverloochening die er

Sluiten