Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare grove miskenning te doen vergeten; maar dit laatste gelukte haar niet volkomen. In zijne wijze van zijn tegenover haar behield zekere strakheid meestal de overhand, en er was in de uiterste beleefdheid, waarmee hij zich als het ware van haar op een afstand hield, iets, dat zeer bijzonder hare ergernis wekte: kennelijk hinkte hij op twee gedachten : toegeven aan de stem van zijn hart, en oude herinneringen, teedere gevoelens, daarmee als saamgeweven, hun vrijen loop te laten, om te zien wat zij uitwerkten, of zich te bedwingen, te overwinnen en haar niets te laten zien van hetgeen dieper lag; en onder dien strijd werd hij stug en koel, meer wellicht dan hij het dacht te zijn. Zij giste iets5 van die worsteling; zij voelde die moe; zij had er hem met een enkel woord doorheen kunnen helpen, met de belijdenis die zij zich zelve reeds had gedaan, dat zij hem al te hard had bejogend, bezield door een mistrouwen, dat hij zeer zeker niet verdiende, en de opheldering ware gevolgd, de verzoening op goede gronden getroffen. Maar Regina meende toch reden te hebben om niet zóó voortvarend te zjjn; zij wilde de toegebrachte wond verzachten, zonder die te zuiveren; zij was nog altijd te veel onder den invloed van zekere bjjgedachten, om een vast verbond te willen sluiten; zij stond alleen naar een gepleisterden vrede, dien men verbreken kon als het zjjn moest. Dat zij die mogelijkheid onderstelde, was de weerhaak in hare borst, waardoor goede voornemens en zachte gevoelen» telkens smartelijk werden vaneengereten, zoo vaak zij er mee in aanraking kwamen.

Na het diner, dat vroolijk en opgewekt was geweest, en waarbij voor wie alleen naar het uiterljjke goede verstandhouding had gezocht, weinig of niets had ontbroken, stelde Eckbert aan van Berchem voor om op zijne boot te gaan theedrinken, en dan later eens in eene ferme sloep met krachtige geoefende roeiers van zijn volk een tochtje te maken langs de kust.

„Maar... is mijne nicht ook in de uitnoodiging begrepenr vroeg oom Jozua, die het nog maar niet verkroppen kon, dat hij Regina eens had gepasseerd.

„Zeer zeker; als juffrouw Regina eenigen lnst toont om er gebruik van te maken," was het antwoord, dat niet rechtstreeks tot deze werd gericht, hoewel zij tegenover hem zat.

Sluiten