Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uw tegenwoordig beroep u mishaagt en de combinatiën, die men voor u heeft uitgedacht, nog vooreerst geen kans hebben te slagen ..

Terwijl zij zoo sprak, zag Eckbert haar aan met de uiterste verbazing, maar tegelijk met angstige bezorgdheid. Hetgeen zij zeide, kon naar zijn gevoelen niet gelden als antwoord op zijn spreken; hij begreep dat hare bedoeling was, hem pijnlijk te kwetsen; maar het waren degensteken in de lucht, want hare woorden sloegen niet op de zijne, en de toon waarop zij spiak, hoewel schijnbaar koel en vast, getuigde van die ingehouden drift, die als razernij zal woeden als zij eindelijk onbeteugeld losbarst. Er was iets in haar voorkomen, dat hem schrik aanjoeg. De oogen, die zij strak op hem gericht hield, flikkerden of zij pijlen wilden uitschieten; haar donkere tint verschoot tot vaalbleek; een gloed brandde haar op het voorhoofd en hare bleeke lippen tiilden, terwijl zij langzaam en als met moeite de schetterende klanken uitbrachten Zoo in hare volle lengte voor hem staande, in het lange slepende ochtendkleed, gaf zij hem den indruk of hij met een krankzinnige te doen had, die dreigde in een vlaag -\an waanzin op hem aan te vallen.

„Regina! Regina!" hernam hij op zachten toon, als om haar tot zich zelve te brengen en tot het ware besef van den toestand; „gij hebt niet naar mij geluisterd; gij zijt niet wel; gij verkeert in een staat van zenuwachtige overspanning, die u doet uiten wat gij niet meent; de zonderlinge hardheden die gij mij zegt, zal ik niet opvatten, zij komen voort uit een toestand die... mijne bezorgdheid wekt; gij wordt vervolgd door een idéé fixe, dat u geheel overmeestert en oorzaak is dat gij mij misverstaat. Ik sprak u van mijne liefde, van de kwellingen die ik lijde bij de onzekerheid omtrent de uwe; ik vroeg naar de oorzaak uwer ontstemming tegen mij, en gij antwoordt met te spreken over mjjn beroep, over zaken, over allerlei wat mij onbegrijpelijk is.

„Is het u zoo onbegrijpelijk, dat ik den juisten zin onderken, die achter uwe woorden schuilt? Acht gij dJit misverstand of geestverwarring, dat ik uwe taal vertolk zooals die verstaan moet worden ?" vroeg zij luid en heftig, alsof zij zich niet langer kon, niet langer wilde bedwingen; „of durft gij ontkennen, mijnheer, dat die

Sluiten