Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles behalve dagelijksche lectuur. Zij moet eene goede musicienne zijn, maar ik ben niet competent om over dit talent te oordeelen, maar wel om op te merken dat zij met veel geduld, al is het zonder groot succes, het zesjarig dochtertje van hare vriendin op de piano voorthelpt; zeker uit de zucht om zich verdienstelijk te maken. Maar het lastige, weerbarstige kind heeft haar liefgekregen, en dat vind ik een goed teeken. Wat het karakter betreft: eene niet alledaagsche persoonlijkheid, vast en betrouwbaar, dat is mij uit menigen trek gebleken. Het humeur zal ook wel gaan in uwe vriendelijke omgeving, schoon hare vriendin klaagt dat zij zoo fier en zoo prikkelbaar is, en zoo licht gekrenkt; maar ik gis wat er hapert: de vriendin zal tegengevallen zijn, en het hart is verbitterd... Zij heeft iets hautains, iets stroefs, en trekt zich veel liever terug dan zich op den voorgrond te plaatsen, minder uit schuchterheid, dan uit zekere vrees voor terugzetting, die in hare positie wel verklaarbaar is. Denk het zelve in, lief, fijnvoelend vrouwtje: wat dat zijn moet, door een omzwenk van het lot, en zonder daaraan zelve schuld te hebben, neergeworpen te zijn van het hooge voetstuk door de vleierij voor de rijke erfgename opgericht, om het voortaan met het terre ti terre te moeten doen en het bescheiden plaatsje, dat er voor de arme wees overblijft, voor lief te nemen; — ook heeft zij uit edelen trots die wereld verlaten, welke zich gehaast heeft haar den rug toe te keeren, zoodra men wist dat hare millioenen, waarover ieder den mond vol had, tot zéro gereduceerd waren. Waar zijn zij nu allen gebleven, die vurige aanbidders, die laffe adulateurs, wier toeleg het was haar te doen gelooven, dat zij zonder haar niet konden leven, niet gelukkig konden zijn ? Weggevaagd! ventris sous terre, alsof een goochelaar ze geëscamoteerd had, en zich nii gelukkig achtend dat zij het toppunt hunner wenschen niet hadden bereikt: rze zaten dan nu met eene doodarme vrouw opgescheept, te zeer aan weelde gewend om het met een kleintje te kunnen doen!" Deze liefderijke inlichtingen gaf mij „rfe vriendin," niet zonder te laten doorschemeren, hoezeer zij het betreurde dat de chère belle wat al te kieschkeurig was geweest in hare dagen van glorie, daar ze dan nü al lang goed geëtablisseerd had kunnen zijn, en „u niet meer tot een -bezwaarpunt," voegde ik er

Langs een omweg. ^

Sluiten