Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder zulke omstandigheden zijn ontslag te nemen uit den dienst. Karei Zegers was niet meer op zijn gemak in de aanzienlijke handelsstad met hare wel wat kleinstiidtische bewoners. Men verdacht hem van zelf de politie in staat te hebben gesteld om het duel te verhinderen; en zelfs zij, die het luidste wraak zouden geroepen hebben over Eckbert, zoo hij zijne partij had geveld, haalden nu de schouders op over Zegers, omdat hij zich niet gewillig had laten doodschieten. Hij werd uitgelachen om hetgeen men zijne mislukte speculatie noemde. Vrienden en bekenden groetten hem zóó flauwtjes, waren zoo zonderling langzaam om hem de hand toe te steken, dat hij voor nieuwe botsingen vreesde, en bij zijn kantoor aanzoek deed om verplaatsing naar eene andere Hollandsche stad, hetgeen werd ingewilligd; maar de zaak, die zooveel gerucht gemaakt had, was daarmee nog niet doodgebloed en ter aarde besteld, zooals men misschien denken zou; och neen! daartoe had men in het gezellig verkeer van X. te veel behoefte aan praatjes, te weinig stof voor het dagelijksch gesprek. Men had nu provisie voor het heele seizoen om er op te brodeeren, onderstellingen over te wagen, aardigheden over te zeggen, en zoo goedkoop geestig te schijnen, als de banaliteit

het maar wenschen kon.

Dat Regina zelve onder dit alles gansch niet gespaard werd, zal men begrijpen. De publieke opinie was nooit op hare zijde geweest; zij had zich niet bemind weten te maken; mogelijk had zij het niet eens gewild; zeker is het, dat de kwade tongen zich niet onbetuigd lieten, nu men wat vat op haar had.

Zij was schrander genoeg om dat te doorzien, fier genoeg om er zich boven te verheffen, maar toch niet sterk, niet overmoedig genoeg om dat alles te trotseeren. Zij trok zich liever teiug;zij had weinig behoefte aan die anderen, met wie zij nooit als haars gelijken had kunnen of willen omgaan. Zij had altijd milde weldadigheid geoefend, waar men hare hulp inriep; maar zij had geweigerd lid te worden van Dorcas-kransjes en damesvereenigingen, waarbij men optrad om openljjk acte te doen van philantropie en zeker protectoraat te oefenen over de armen; niet uit trots of gebrek aan hart, zooals men het uitlegde, maar omdat zij er tegen had zich dus voorop te stellen, en er de noodzake-

Sluiten