Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stooten door Regina zelve; geenszins uit coquetterie, maar uit voorzichtigheid; zij wilde niet dat men den graaf zou beschouwen als haar aanstaande, als den eenig rechthebbende op hare gunst, waarvoor iedereen terug moest gaan. Zoo haar hart werkelijk voor hem had gesproken, zouden zulke overleggingen niet in haar zijn opgekomen; maar toch vergat zij niet, dat het deze man was, die haar zocht om haar zelve — de grootste voldoening waarnaar zij stond. En niets sprak bij haar zoozeer in zijn voordeel dan hare meening, dat zijn rang hem eene maatschappelijke positie verzekerde, waarbij hij het fortuin eener vrouw niet noodig had om zich op te heffen. Zonder opzet en op eene wijze of het hem als bij toeval ontviel, sprak hij haar somwijlen van zijne bezittingen, van zijn kasteel in bet H.sche, van zijn jachtslot, zijne bosschen en jachtvelden, van zijne stoeterij, zijne meute, zijn houtvester en jagermeester, en gaf hij haar als zijns ondanks de voorstelling van eene echt grafelijke huishouding, waarover de gemalin, die hij uitverkoos, eens zou heerschen. Maar hij had nog niet gevraagd, of zij die heerscheres wilde zijn. Men was van weerszijden op zijn qui vive. Mevrouw Wijnands was het met dat temporiseeren volkomen eens. Het was voor haar een roman, die onder hare oogen werd gespeeld en die haar te veel vermaakte, om al te zeer naar de ontknooping te verlangen. Mijnheer Wijnands was ook verre van Regina te haasten; hij had hartelijke vriendschap vóórhaar opgevat, en had haar liever een huwelijk zien doen met een der G.sche heeren uit goede familie, dan haar den vreemdeling te gunnen, die haar wel spoedig naar zijn land zou voeren, waar zij heel licht van het hare en haar vriendin vervreemden zou. Daarbij had hij naar graaf Stanislaus geïnformeerd bij den Pruisischen edelman, die de schoonzoon van den baron von Mildenheim zou worden, en deze had niet zonder kenlijke verlegenheid bevestigende antwoorden gegeven op de vraag naar diens rang en afkomst, en tegelijk zich met uitvluchten beholpen, waar het den persoon en de antecedenten des graven gold. Het was waar dat zij aan elkaar geparenteerd waren, doch in zeer verren graad en alleen door zijne moeder, die de eer had uit hetzelfde geslacht als de graaf af te stammen. Wat zijne levenswijze en hoedanigheden betrof, hij kon er niets van zeggen, daar hij voor het eerst

Sluiten