Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hem in aanraking was gekomen bij de jachtpartijen op het huis van jonkheer Helgo, waar hij op iedereen, voor zoover hij wist, door zijne houding en manieren een gunstigenn indruk had gemaakt.

De weinige ijver van jonker von Thurm om een land-en stadgenoot aan te bevelen, beviel den heer Wijnands niet, en te minder daar deze edelman als een jongmensch van een degelijk karakter en van zuivere zeden bekend stond. Ook begon hij graaf Stanislaus met minder vooringenomenheid te beschouwen, en wachtte zich wel Regina tot eene overijlde beslissing aan te zetten.

Men was toen midden in het carnaval en de travestis waren aan de orde. Er zou door de St. Hubertsclub een groot bal costume et masqué worden gegeven in het tot dat doel zeer geschikte sociëteitsgebouw.

Daar men lid van de club moest wezen om entree te hebben bij het feest, bepaalde zich dit, behoudens eenige introducties, tot een besloten kring, hoewel al wat te G tot den beau monde behoorde, daaraan zou deelnemen; maar het was toch uitsluitend deze, daar men in de St. Huberts-club nogal moeilijk was in het toelaten van nieuwe leden. Toch sprak het vanzelf, dat graaf Stanislaus daar kon geïntroduceerd worden en mijnheer Wijnands, die al jarenlang lid was, er met zijne dames zou verschijnen.

Tusschen dezen en Stanislaus vonden er nu dagelijks overleggingen plaats omtrent het kostuum. De laatste zou de kleeding dragen van een opperjagermeester uit de 18<le eeuw, een prachtig gewaad, waarbij goudgalon, borduursel met pailletten en diamanten knoopen eene groote rol spelen, terwijl de poederpruik zeer goed moest staan bij zijne geestige, fonkelende oogen. Regina had het bruidje uit den Postillon de Longjumeau willen voorstellen, maar de graaf had dat afgeraden. Zij had eene gestalte om als vorstin te poseeren, beweerde hij, en zoo gaf zij toe aan zijn wensch, dat zjj de kleeding eener Indische prinses zou aannemen, hetgeen haar gelegenheid zou geven om hare paarlen en diamanten te laten schitteren voor de oogen der verbaasde G.sche philisters zooals de graaf de heeren en dames van de coterie zeer oneerbiedig betitelde. Zij mogen zich voor een keer blind staren aan al dien glans, voegde hij er lachende bij; des te beter, dus overzien zij het echte schoon, de ware gratie, die

Sluiten