Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen! neen! dat zijt gij niet! ik ben niet zonder kennis yan het vrouwelijk hart, en zoo het uwe mij nog niet is verzekerd, dan moet het zijn dat er iets tusschen ons ligt; eene onmogelijke liefde misschien, waaraan gij tegen alles blijft hechten... ."

„En indien dat ware?"

„Dan beklaag ik u en dien andere; want al acht gij u niet verbonden aan mij, omdat er tusschen ons niets heeft plaats gehad, wat uwe philisters een engagement noemen, toch heb ik rechten op u, die ik zal doen gelden."

„Rechten! graaf Stanislaus, gij op mij ! gij spreekt in waanzin," riep zij opstaande.

„Ik weet wat ik zeg — wat ik doe, geloof mij," hernam hij met een sarcastischen glimlach. „Of meent gij dat de vrouw, die de hulde aanneemt van een man als ik ben, daarbij niet als vanzelve eene overeenkomst aangaat om hem niet teleur te stellen, waar hij zijn geluk bouwt op hare liefde, op hare trouw? Is er dan niet zoo iets als eene zedelijke verplichting die haar bindt, en waaraan gij mjj dwingt u te herinneren ... al verbeeldt gij u ook los te zijn van mij."

Regina haalde minachtend de schouders op.

„Na al wat gij mij daar zooeven gezegd hebt van de voor mij onbereikbare eer om met u een huwelijk aan te gaan?" vroeg zij met ironie.

„Bij gemis van een vorstenzetel, kan ik u vorstelijke genietingen doen smaken. Gij hebt het fortuin, ik heb den rang; wij kunnen ons over alle vooroordeelen heenzetten; wij kunnen de opinie der wereld trotseeren. \ rees niet dat het onregelmatige van onze verbintenis u ergens in den weg zal zijn; in de hoogste kringen is men gewoon dergelijke relatiën met verschooning aan te zien. Ik heb mij voorgesteld dat wij samen zullen reizen, of, indien u dat niet toelacht, allereerst ons geluk zullen genieten op een der liefelijkste plekjes van het Zuiden; gij zijt niemand rekenschap schuldig van uwe handelingen; waarom zoudt gy mijn vurigsten wensch niet bevredigen en u zelve de weelde gunnen al dat van de wereld te zien wat gij er zonder mij nooit van zult leeren kennen. Het zal u niet berouwen mij vertrouwd te hebben. Ik sta er u borg voor, dat gij overal geëerbiedigd zult

Sluiten