Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouw haar vader zelf had gewaarborgd, voor hoeveel moeite, smart en vernedering ware zij niet reeds bewaard gebleven ? Daar had mogelijk haar geluk gelegen, en zij had het uit mistrouwen den rug toegekeerd. Zoo mijmerde zij uren lang in hare slapelooze nachten, en wentelde den steen heen en weer, dien zij toch niet vermocht af te werpen; soms ontsnapte haar dan op klagenden toon een naam, alsof zij eene gestalte toesprak, die niets was dan eene vrucht harer verbeelding. Maar er bestond niet slechts eene ideale, er bestond ook eene werkelijke oorzaak, waardoor de gedachte aan Eckbert Witgensteyn zich juist nü zoo machtig bij haar deed gelden.

Te midden der pijnlijke indrukken, die zij in dien vreeselijken nacht had ondergaan, had meer dan één bjjzonderheid haar getroffen, die haar later op het spoor bracht van hetgeen zij eene ontdekking achtte. De gemaskerde in den donkerbruinen domino, die haar tegen Stanislaus had beschermd op het hachelijkst oogenblik, was Wijnands niet, had Wijnands niet kunnen zijn, zooals deze later zelf erkende, en toch, hoewel half bewusteloos, had zij die stem meeneu te herkennen bij de weinige woorden, die hij haar had toegesproken om haar te bemoedigen. Niet de stem van den man, die haar een uur te voren zulke verpletterende mededeelingen had gedaan; en toch eene bekende, al klonk die door het masker heen dof en zelfs wat onvast... Toen diezelfde persoon haar den pelsmantel dichter om den hals had geslagen, was zij geheel tot zichzelven gekomen, en had wel geen vriend kunnen herkennen in de vermomde gestalte, maar toch was haar eene rilling door de leden gevaren, toen diens hand de hare aanraakte, en later bjj het uitstijgen, toen hjj haren dank niet had willen aanhooren en de hand, die zij hem bood, had teruggewezen, toen was het haar geweest, of haar met die n.orsche afwijzing niet dan recht ware gedaan. Zoo moest Eckbert handelen, als hij het zelf ware geweest. Te edelmoedig om haar over te laten aan het verschrikkelijke lot dat haar dreigde, en toch al te zeer gekwetst, al te zeer vertoornd 0111 zelfs hare dankbaarheid aan te nemen. Het was hard, maar het was verdiend, zij moest het erkennen; zij had hem al te diep gekrenkt om op zijne vergevensgezindheid te kunnen hopen. Welhaast werd het haar

Sluiten