Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te overtuigen, om hem te winnen, en dus doende overtuigde zij zich zelve het eerst; zij schreef onder den indruk van hare koortsachtige droomen, geprikkeld door leedgevoel en zelfbeschuldiging; en zoo ging zij verder dan de zuivere waarheid haar zou hebben ingegeven, zoo zij die onbevangen in haar eigen hart had nagespoord. En zeker zou de fiere, van hare vrouwelijke waardigheid diep doordrongen Regina niet zijn gekomen tot zulke bekentenissen, als Eckbert zelf tegenover haar had gestaan, of zoo zij slechts de zekerheid had gehad, dat die brief, bijna tot een pakket uitgedijd, hem terstond langs den gewonen weg zou toekomen en zij het uur had kunnen berekenen, waarop een brievenbesteller dien aan hem zou hebben overhandigd; nu — waar het nog onzeker was of die hem ooit zou bereiken — waar het alleen zeker was dat er weken, maanden moesten verloopen, eer men het adres had uitgevonden van dien heer Muller, die naar haar gevoelen geen ander kon zijn dan Eckbert Witgensteyn — nu zelfs de mogelijkheid bestond, dat de brief na jaar en dag ongeopend tot haar terugkeerde — nu legde zij er alles in wat zij behoefte had uit te spreken — nu was het eene volledige biecht, waarin zij alles uitsprak wat in haar ontroerd en verward gemoed was omgegaan, op hope eener volle absolutie. Zij onderteekende niet. Eckbert kende haar schrift, en uit den inhoud was voor hem en voor hem alleen de Schrijfster te raden. Deze voorzichtigheid meende zij te moeten gebruiken bij een mogelijk verdwalen van het document aan een verkeerd adres. Het deed haar reeds goed den brief te hebben geschreven; zij voelde zich als verlicht van een zwaren last; een straal van hoop drong door in haar gedrukt en verduisterd gemoed; zij had van nu aan iets te wachten, iets te hopen, dat over haar verder levenslot zou beslissen.

Zij dreef den heer Wijnands letterlijk voort met het pakket, of het schaden zou, zoo men een post-uur liet voorbijgaan.

De heer Witgensteyn schudde het hoofd en aanvaardde met blijkbaren tegenzin het wichtig pakket.

„Ik had nog hoop dat de jonge dame van haar voornemen zou afzien," sprak hij verdrietelijk. „Het is een gek geval, ik ben met do zaak verlegen."

Sluiten