Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schietelijk zou zijn, zoo hij zelf haar niet wilde steunen en voorthelpen in hetgeen zij voorhad.

„Maar, grillig stijfhoofdje, als gij dat doet, dan zijt gjj binnen een paar jaar uw gansche kostelijke vermogen kwijt."

„Och! dat zou nog het ergste niet zijn."

„Het ergste niet zijn, roekelooze, lichtzinnige," schold hij in zijne verontwaardiging, „zoo'n dwaze gril; kon men u maar onder curateele zetten!"

„Een lief idee; maar gij zijt zelf toch een man van te veel verstand, om aan het mijne te twijfelen, niet waar?" viel zij in, half schertsend, half weemoedig.

„Dat doe ik ook niet, maar gij hebt meisjeskuren, zooals alleen een kind van weelde ze kan uitdenken."

„Als het nu eens goed ware, beste mijnheer Welsink, eens heel goed voor het kind van weelde, dat anderen haar met andere oogen leerden zien, en het bedorven schepseltje eens te weten kwam, hoe die anderen haar dan zouden beschouwen en bejegenen? Als zij zich nu eens diep ongelukkig gevoelde door al die vleierij, die voorkomendheid, die haar overal omringt, ter wille van het hare en niet om haar zelve, wat zoudt gij zeggen?"

„Ik zou zeggen... maar, gij wilt uw zin hebben, en gij moet het er dan maar eens mee beproeven," eindigde hij pruttelend; „uw vader heeft mij zóó op het hart gedrukt u in alles bij te staan, dat ik wit zwart zal noemen als gij zegt dat het u noodig is, en mee den zotskap opzet als gij liefst van een nar gediend wilt zijn; maar ik vrees, dat uwe familie zelve u niet heel dankbaar zal wezen voor deze manier van haar uit de diepte op te heffen."

Dat was juist gezien; de voorwaarden, die Regina op hare hulp had gesteld, kwamen Jacob, en vooral Lize, hard voor. Het huis van oom Jozua moest publiek verkocht worden: dat aloude deftige koopmanshuis, waarin het kantoor, zoolang het bestond, was gedreven, en dat terwijl Lize er vast op gerekend had het te betrekken met haar gezin.

Maar Regina bleef doof voor haar smeeken en hare klachten, en Jakob, die te veel schuld had om te durven spreken, bleef morrend zwijgen.

Sluiten