Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Iedereen zal zeggen dat gij ons dit had kunnen sparen, als gij maar hadt gewild," knorde Lize.

„Maar ik wil juist niet, dat iedereen dit zal zeggen; ik wil dat iedereen de overtuiging zal hebben, dat wij niet dan met de uiterste inspanning van al onze krachten de zaken van het kantoor weer terecht kunnen brengen, en de schuldeischers bevredigen. Begrijpt gij mij nu?" vroeg Regina wat streng.

„Niet heel goed; want sinds gij het mij beloofd hebt, dat het huis door de derde hand weer voor ons ingekocht zal worden..

„Dat bewijst alleen, dat ik het uiterste wil beproeven om den wenseh van oom te vervullen, en het huis in de familie te houden. Of gelooft gij dat ik Dennenheuvel zou laten verkoopen, zoo ik daarvoor geen geldige reden had ?"

„Dennenheuvel! Wordt Dennenheuvel verkocht?" riep Lize verschrikt; „zoo is het dan toch waar, wat Jacob mjj wilde wijsmaken, dat gij meer voor ons doet, dan gij eigenlijk kunt?"

„Uw man heeft u niets willen wijsmaken, dan hetgeen ik zelf hem heb gezegd."

Daarbij bleef het. Lize begreep er niets meer van, maar zij moest wel gelooven aan hetgeen zij zag gebeuren.

Regina liet hare kamenier gaan; Thomas kreeg zijn pensioen, zooals hem was beloofd, maar ging het elders verteren en klaagde bitter over de groote verliezen die zijne meesteres had geleden, en die haar dwongen hem op zjjn ouden dag te ontslaan.

Het ging nu welhaast van mond tot mond, dat Regina van Berchem hare geheele fortuin had ingeboet bij het bankroet der firma van Berchem, en bij de hulp die zij haar neef had verleend om zich weer op te richten; en zonderling, in plaats van zooveel edelmoedigheid te prijzen en er haar om te achten, vond het tegendeel plaats: „Zij was eene zottin, die uit familietrots zich zelve voorbijzag; het was dwaasheid zich arm te maken voor anderen; ostentatie om te doen wat niemand anders, die zijne gezonde hersenen had, zou gedaan hebben;" nu zij geene waarde meer vertegenwoordigde in materieelen zin, kon men beter dan ooit hare gebreken zien, en het scheelde niet veel of zij verwekte afkeer.

„Een kaalgeplukte pauwin ! wat heb je daaraan?" liet eender

Sluiten