Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar zal kunnen schikken; of men er genoegen zal nemen met mij; neen, dat is onmogelijk, verg dat niet van mij!"

„Nu dan, neem er uw tijd voor, om haar dat vertrouwen te schenken," sprak hij vermurwd; „het komt er voor het oogenblik toch weinig op aan, of gij u Renée Berthier noemt dan wel Regina van Berchem; als de fraude maar niet ter ongelegener tijd uitkomt, want eene fraude is het, dat moet ik u onder het oog brengen. Ik voelde het als hij zelf; maar ik kon toch den open ruimen weg niet gaan in alles; een slingerpad meer zou zooveel erger niet zijn; niemand zal mij zoeken, en zelfs wie mij zoekt, zal mij niet meer herkennen. Mijne fierheid is gebogen; mijn trots, mijn overmoedig zelfvertrouwen is gebroken; mijne levendigheid is geknakt met mijn levenslust; ik ben verouderd vóór mijn tijd; de glans mijner oogen is dof geworden; de bleekheid mijner wangen doet de scherpte der trekken te meer uitkomen; wie zal in deze gestalte nog „de vorstelijke Regina" herkennen, zooals ze mij plachten te noemen. Helaas! zelfs hij niet, die, meer dan hij ooit zal weten (zoo het hem lustte er naar te vorschen), de oorzaak is van deze treurige gedaanteverwisseling. Zijne profetie is bewaarheid; de scherpe spitsroeden der smart hebben mij onbarmhartig geteisterd; mogelijk zou hij medelijden hebben, zoo hij weten kon dat ik geleden heb; dat ik lijde om hem, door hem, en dat ik zwaarder boete doe, dan hij zelf mij vermoedelijk zou hebben opgelegd. Ervaart mij eene rilling door de leden, als ik er aan denk dat het alles tevergeefs zal zijn; dat hij het zelfs niet zal vernemen, wat er van de fiere Regina is geworden, die hem in haar ongerechtig mistrouwen zoo bitter bejegende, zoo tergde en hoonde. Ach! hij begeerde zjjne revanche; kan hij een zoetere smaken dan deze bekentenis, die voor hem helaas! een geheim zal blijven. De schuldbelijdenis, welke ik hem eens had gedaan, is of niet tot hem gekomen of niet machtig geweest hem te bewegen; mijn laatste bezoek bij den Pruisischen consul was de bitterste teleurstelling, die mjj nog heeft getroffen.

„Ja, zeker! mijnheer Witgensteyn geloofde wel dat het pakket nu aan zjjn adres was gekomen, want de heer Muller was in Engeland, toen men hem te Petersburg dacht, en van daaruit moest

Sluiten