Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en waar excentriciteit misdaad heet, die gestraft wordt met het ergste wat daar te vreezen is — uitbanning. Arme Mathilde! zij is tot haar vijftiende jaar opgegroeid, zonder iets van die wereld te kennen; haast zal zij er in moeten optreden; kon ik haar dat sparen, kon ik haar ergens verschuilen tegen die ruwe aanrakingen, die vergiftigde speldeprikken, waar haar week harte, haar fijnvoelende geest zoo pijnlijk door gekwetst zal worden, zoo gevaarlijk misschien!... maar, neen, neen! waar is de kloostercel eng en dicht genoeg, dat de vijand er niet kan binnendringen ? voeren wij hem niet zeiven met ons mee? Neen, neen! niet wegschuilen; ons wapenen met de volkomen wapenrusting, die het verstand, die het geloof kan smeden. Gelukkig dat ik, wat het laatste betreft, niet alleen sta, en de verantwoordelijkheid met een ander mag deelen; ja zelfs, zoo ik wilde, geheel op diens schouders zou kunnen laten rusten. Gij moet weten dat de dorpspredikant, die in de nabjjheid van Ringburg staat, reeds sinds eenigen tijd met het godsdienstonderwijs bij Mathilde is aangevangen, en dat hij dit voortzet door middel van correspondentie, om haar voor te bereiden tot het doen van hare belijdenis in het volgend voorjaar, als de familie weer naar buiten gaat. Een uitnemend middel om haar tot nadenken te brengen op een punt, dat soms mondeling zoo oppervlakkig wordt behandeld. Strikt genomen zou die correspondentie buiten mij om kunnen gaan, zooals de danslessen en die van den teekenmeester, waarbjj ik alleen welstaanshalve tegenwoordig ben; maar ik hecht er aan, te weten hoe zij denkt en gevoelt, en hoe zij weet uit te drukken, wat zij wenscht te zeggen. Daarom neom ik kennis van die briefwisseling; wij spreken er samen over, en schoon ik mjjne opinie niet opdring, kan ik toch niet laten die te geven, als zij die vraagt. Ik zie u glimlachen. Want ik was nooit sterk op het punt van dogma's, en ik werd zelfs in het pension van madame N. voor een vrijdenkster, eene ketterin gehouden, omdat ik de toespraken van Ds. C. boven de sermons van den eerwaarden G. prefereerde. Ik zal mjj niet beroemen, dat het nu beter is geworden ; met leerstelsels kan ik niet terecht, den godsdienst van het hart acht ik nog altijd den besten. Voor hetgeen ernstig is, ben ik ernstig gestemd, en houd ik rekening met het geweten; tracht naar de prakt ijk, naar waarheid en

Sluiten