Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oprechtheid bovenal, en heb een ongeneeslijken tegenzin in woorden, waarmee raen elkander en zich zelf bedriegt.

vBien vous fasse/" roept gij mij toe; „maar dat maakt u tot eene slechte raadsvrouw voor eene jeugdige catéchumène." Dat stem ik u toe als ik het ware, die haar omtrent de leerstukken harer Kerk zou moeten voorlichten; maar daarvoor is de weleerwaarde Roesting de bevoegde alleen, en ik ben overtuigd dat hij dit herderlyk werk con amore verricht. Maar hoe vroom en getrouw ook, dominee R. is een buitenman, die twintig jaar lang op een afgelegen dorp heeft gestaan, en die niet weet te rekenen met het milieu waarin Mathilde nu is geplaatst, en niets begrijpt van die wereld waarin zij weldra zal moeten optreden. Hij ziet gevaren, waar die voor haar niet bestaan, en die, welke inderdaad te vreezen zijn, kent hij niet, daar hij haar nog altijd beschouwt als het onwetende buitenkind, en zij reeds scherpzinnigheid genoeg bezit om veel te raden van hetgeen men haar nog liefst zou verzwijgen, terwijl alles om haar heen samenspant om haar te ontrukken aan dien paradijsstaat van eenvoud en natuurlijkheid, en haar de vruchten te doen genieten van dien boom der kennis, die niemand straffeloos kan smaken. En zoo begint juist daar mijne taak, die ik met te meer gerustheid heb aanvaard, na een ernstig onderhoud dat ik met den vader op dit chapitre heb gehad. „Ds. R. is een oprecht en gemoedelijk man" sprak hij, „dien ik ongaarne zou krenken door hem de herderzorg te ontzeggen, die hem nu eenmaal over Mathilde is opgedragen. Maar ik acht den waardigen R. wat verroest in zijne veeljarige rust. Hij is conservatief, en hij wil behouden tot iederen prijs, ook wat beter ware opgegeven; hij begrijpt niet dat verfrissching, vernieuwing ook in kerkelijke vormen noodig kan zijn, en wie daarnaar streven, acht hij woelgeesten; orthodoxen, zelfs die ervoor uitkomen dat zij geen verouderde toestanden terugwenschen, zijn bij hem verdacht als rustverstoorders, die de Kerk aan Rome zullen overleveren; en wat hij het modernisme noemt, drukt hem als een cauchemar, die hem beangstigt, zonder dat hij er zich tegen kan weren."

Mijnheer Ryhove had gelijk: de waarschuwingen van Z.Eerw. aan Mathilde op dit punt getuigen van bitterheid zonder kracht.

Sluiten