Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken, zelfs het belachelijke, in onze naasten met zachter oog te zien, met meer verschoonende trekken te teekenen." Christelijke liefde! chariteit, zooals men hier zegt; ja, gij moest eens weten hoe die in onze conversatie, in onze salons wordt beoefend; hoe de oude freule, die toch indertijd haar catechismus heeft geleerd, die opvat. Daarvan wil ik u nu een staaltje geven; mogelijk eindigt gij dan nog met aan mijjne zijde te komen en de Christelijke liefde in te roepen te mijner gunste. Wat mij betreft; ik wenschte anders te zijn, mais c'est plus fort que moi. Het eigenaardige, het belachelijke vooral van de lieden waarmee ik te doen heb, valt mij onwillekeurig in het oog, en dan amuseer ik er mij mee in plaats van er inij over te bedroeven; mij dunkt dat is wel zoo verstandig. Een beetje aanleg tot satire heeft er bij mjj altijd ingezeten. Kan ik helpen, dat die hier nogal stof vindt om zich te ontwikkelen? Gij zult mjj toch niet verwijten, dat ik voor de Ryhoves onbillijk ben of mijne betrekking bij Mathilde a la legére opvat. Doch ter zake.

Wij dineerden en petit comité. De oude heer Ward (de schatrijke oom van mijnheer) was voor een paar dagen komen logeeren; diens schoonzuster, de weduwe, waarvan freule Constance zich nog herinnert dat zjj „juffrouw" werd genoemd, was ook gevraagd, en mevrouw achtte het eene geschikte gelegenheid om hare nicht Ilaubertin te inviteeren, hetgeen zjj zoo dikmaals doet als zij maar kan, daar zij weet hoezeer deze lijdt onder „een slechten kok." Voorts hadden wij nog een jongmensch, ook een neef in meer verwijderden graad. Henry Ryhove, die naast Mathilde werd geplaatst. Mijnheer had mondeling een oud vriend genoodigd, die hier is voor de Tweede Kamer, en die ook al klaagt over zijn lable d'hote, schoon hij er duur genoeg betaalt; Dokter Belcoeur én zijne vrouw, geparenteerd aan mijnheers zuster en die hier veel aan huis komen, „maar altijd familiaar," en daar hebt gij den kring, waarin ik mede gezeten was, naast Mathilde. Freule Constance was tegenover mij aan het andere eind van de tafel geplaatst, tusschen dokter Belcoeur en het lid van de Kamer, daarnaast mevrouw, die haar oom Ward ter slinke had genomen, terwijl mijnheer, mevrouw Belcoeur en zijne oude tante Ward tot geburinnen had. Uit deze schikking volgde, dat ik den

Sluiten