Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wel, laat zij thuis blijven, ik verlang niet beter."

«Gij — dat is waar — gij hebt geen behoefte aan haar, maar zij ... aan ons! Stel u een oogenblik in hare plaats mon ami/"

„Als je blieft niet, zoover strekt zich mijn voorstellingsvermogen niet uit! Maar gij hebt gelijk, liefste, wij kunnen, wij moeten wat voor haar doen. Ga uw gang, en doe wat uw goed bart u ingeeft.

„Met Kersttijd moesten wij haar verrassen met een huissleutel."

„Aan den Kerstboom!" juichte Mathilde toe. „Wat een pleizier zullen wij hebben, om alles bijeen te brengen wat tot die verrassing noodig zal zijn."

Mevrouw detailleerde haar voorstel, en het ging glad door; mogelijk was mijnheer in zijne conscientie overtuigd, dat hij het wat bot had opgenomen tegen eene vrouw van leeftijd, die niet geheel onafhanklijk was, en in zijne edelmoedigheid greep hij haastig de gelegenheid aan om het weer goed te maken. De oude heer Ward vroeg, of hij er ook een spatje bij mocht doen; zoo'n oude freule, die niet a son aise was, mocht men niet in den steek laten. „Royaal, nichtje! doe het royaal!" zei de goede man tot mevrouw; de Wards zijn ook aristocraten op hunne manier.

„Wat een prettigen Kersttijd gaan we te gemoet!" riep Mathilde in triomf; „als papa het maar niet te druk heeft."

„Papa heeft dan vacantie, kindlief!" zei deze opgeruimd, „en hij zal het er van nemen ook! Hij heeft zelfs dokter Friedlander uitgenoodigd, om die vrije dagen bij ons door te brengen. Het is immers goed, Sophie, al deed ik het zonder u te raadplegen ?"

Algemeene toejuiching. Ik voelde mij verlicht, of mij een steen van het hart viel. Dat was het dus; het praatje van de Wijnands en consorten was er buiten. Als Dr. Friedlander kwam, zou ik hem smeeken mij uit de klem te helpen, en mij de bekentenis te verlichten.

Dr. Friedlander is niet gekomen; een wetenschappelijk onderzoek, waaraan hjj bezig was, liet hem vooralsnog geen rust; later hoopte hij toch te komen. Tot zoolang denk ik dan ook mijne

Sluiten