Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der schitterend te zijn. Hij bekleedt een eervollen post, en heeft geen familie, die bezwaren zou kunnen maken tegen zijn huwelijk, dat onze Haubertin gewis eene mésalliance zou noemen."

„De baron Meekern verdient eene vrouw, die hem niet slechts achting, maar ook liefde zal kunnen schenken, en — ik — verschoon mij, mijnheer, zelfs waar gij uwe voorspraak verleent, ik — kan dat niet."

„Ik wil hem volstrekt niet opdringen, maar hij heeft mijne tusschenkomst ingeroepen om u zelf zijn voorstel te mogen doen; dat moet gij hem toestaan, naar het mij voorkomt."

„Als u het verlangt."

„Kind! ik heb hier immers niets in te zeggen; maar de vorm, de humaniteit eischt het, dat gij hem niet afwijst zonder hem eerst te hebben aangehoord."

„Zoo zal ik hem aanhooren, mijnheer! maar als hij weten kon hoezeer ik besloten ben."

„Dan zal hij dat besluit toch het liefst uit uw eigen mond hooren."

Daarbij bleef het, en ik moest mij tot dat moeilijk onderhoud leenen. Ik zag er vreeslijk tegen op. Ik kon met waarheid betuigen, dat ik niets had gedaan om dit aanzoek uit te lokken. Ik had wel opgemerkt bjj enkele gelegenheden als de baron hier aan huis kwam, dat hij zich gaarne met mij onderhield, en dat hij mij steeds bejegende met zekere ernstige voorkomendheid, die van achting getuigde, meer dan van galanterie; iets wat mij niet onverschillig was, en wat ik meende op gelijke wjjze te moeten beantwoorden. Hij was een vriend des huizes, die sinds den droeven, bijna plotselijken dood van zijne jonge vrouw niet meer in de wereld verkeerde en hier alleen kwam op stille avonden, als hij bijna zeker was alleen de huisgenooten te vinden, en die ook niet uitgenoodigd werd dan heel familiaar, als er „bjjna niemand was," juist dan, als ik nevens Mathilde mij in den huislijken kring bevond. Zijne sombere stemming week dan langzamerhand bij het gezellig gesprek. W|j maakten soms wat muziek, en hij ging altjjd meer opgeruimd heen dan hij gekomen was. En nu moest ik dien man, dien ik in gedachte wel eens bjj een patiënt had vergeleken, die langzamerhand beterde, opeens zijn dierbaarsten

Sluiten