Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overkropt druk. De dagen, de weken, de maanden vliegen om in rusteloozen vaart, zonder dat men weet waar zij gebleven zijn, en wat men er aan heeft gehad. Mevrouw wordt door de onweerstaanbare macht der wereldsche exigenties voortgejaagd in den tredmolen der vermakeljjkheden. Het vermoeiendste werk dat er te bedenken valt. Uitgaan, uitgaan en weer uitgaan, en dan zelve ontvangen met al den aankleve van dien; bedenken wie er geïnviteerd moet worden; waar men visites en contra-visites heeft te brengen; voor eiken uitgang een ander kleed; voor ieder amusement nieuwe preparatieven; men begrijpt nauwelijks hoe die teere, bleeke wezentjes, zooals de dames van de haute volée meestal zijn, het uithouden, want het is wezenlijk paardenwerk; ook sparen zij zich zeiven evenmin als hare paarden; de arme beesten, die in de barre winternachten uren lang op meesters en meesteressen staan te wachten (om van de koetsiers niet te spreken), die zich intusschen in de snikheete zalen allerlei kwalen en kwellingen voorbereiden. Mevrouw Ryhove in de volle kracht des levens, en die uit haar vroeger rustig en gezond landverblijf met eene bloeiende gezondheid en sterk gestel herwaarts is heengekomen, ondervindt reeds de uitwerking van het afmattend régime dat zij nu eenmaal gedwongen is te leiden. Ik bemerk ook duidelijk dat het haar zwaar begint te wegen, dat het haar bij wijlen tegenstaat, en het zou mij niet verwonderen, als zij bij een tweeden winter, zóó zij dien hier doorbrengen moet, een voorwendsel zocht om zich te retireeren. In lustelooze buien, als zij hors d'haleine is, bekent zjj mij dat zij smachtend uitziet naar de lente, die zij vast besloten is op Ringburg door te brengen. Dit heimwee naar buiten is mij een ondubbelzinnig bewijs, dat het stadsleven haar begint tegen te staan, en zooals dat in haar coterie wordt opgenomen, is dat niet te verwonderen, want zij is en blijft ondanks alles, de beminljjke, natuurlijke vrouw, die te hoog staat voor die vanity fair, waarin zij nu voorhands haar rol moet meespelen; zjj wil niets van blanketsel, niets van maquillage weten, wat tegenwoordig hier zoo aan de orde is; op zijn hoogst watpoudre de riz en een chignon, daar de kapper eens voor al heeft verklaard, dat hij mevrouw niet kon kappen zonder postiche. Mijnheer spot er een weinig mee, knort zelfs wel eens over de enorme sommen

Sluiten