Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik geloof van u dat gij eene groote onvoorzichtigheid hebt begaan, en dat uwe zwaarste schuld bestaat in gebrek aan vertrouwen."

Toen opstaande, ging hij naar mij toe en dwong mij te bljjven zitten, daar hij de hand op mijn schouder legde. Weer zag hij mij diep in de oogen met dienzelfden doordringenden blik, dien hij bij de verwelkoming in zijn huis op mij had gericht, en ging toen voort: „En juist dat vertrouwen hadt gij mij moeten schenken, toen ik mijn kind in uwe handen gaf."

„God weet, dat ik getracht heb naar mijn beste vermogen mijne taak bij Mathilde te vervullen," sprak ik, met de overtuiging eener goede consciëntie op dat punt.

„Ik heb er de zekerheid van; de vrees, die mij een oogenblik bekroop, dat gij van nature tot list en slinksche wegen geneigd waart (al had Friedlander mij het tegendeel verzekerd), hebt gij waardigljjk beschaamd. Hoe bezet ook met de staatszorg, heb ik toch mijne eenige dochter en uwe leiding met haar nauwlettend gadegeslagen. Enkele trekken zijn voldoende om het geheel te kenmerken; gjj hebt Mathilde niet afgericht op dubbelheid en vrouwelijke list, zelfs niet op die kleine leugens om bestwil, die in het sociale leven verschoonljjk geacht, ja zelfs als fijne wellevendheid geprezen worden. Wat er in haar was van natuurlijkheid en oprechtheid, hebt gij zorgvuldig gehoed en aangekweekt; ik ben er u dankbaar voor." Hij reikte mij de hand, die ik nauwelijks durfde te aanvaarden, onder het diep gevoel van beschaming, dat mij het hoofd deed buigen. „Des te meer," ging hij voort, „had ik van u openhartigheid gewenscht, gewacht, waar het u zelve gold."

„Zoo gij wist, hoe vaak de bekentenis van die onoprechtheid mij op de lippen heeft gelegen."

„Die toch daarop werd teruggehouden door de zwakste hindernis, niet waar? Zoo gaat het, als men de eerste schrede heeft gezet op een verkeerden weg; met iederen stap verder wordt het omkeeren zwaarder. Ik begrijp wat er u toe gebracht heeft. De jammerlijke verhouding tot de vriendin, die uwer niet waardig was, en wier vervolging gij vreesdet. Yalsche schaamte, die u weerhield aan ons bekentenissen te doen, die pijnlijk waren voor Langs een omweg. 19

Sluiten