Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verdrijven. Maar ... het was ook een ander als die Eckbert, die onder een troep lichtzinnige jongelui eene roekelooze weddenschap aanging. Hij geleek zelfs zoo weinig meer op dezen, dat ik hem niet terstond zou herkend hebben, als zijn naam mij niet vooruit ware genoemd. Gij begrijpt wel dat men niet zweeg, terwijl ik voor mij zelve deze opmerkingen maakte; dat ze mij ook niet invielen bij den eersten blik, dien ik op Eckbert waagde, maar het gevolg waren van hetgeen ik in den loop van dien avond waarnam, en wat nu voor mij helder wordt, terwijl ik er u over schrijf.

„ Aan mijnheer Witgensteyn ligt de schuld, dat juffrouw Berthier zich vergiste in de kleuren der wol," hoorde ik Mathilde zeggen, „en nu is hij het die er mee spot."

„Aan mij zou dat liggen, juffrouw Ryhove?" vroeg Eckbert; „daar begrijp ik niets van; hoe meent gij dat?"

„Het komt, omdat gjj zoo druk zit te vertellen, dat men er naar luisteren moet."

„Dat was niet eigenlijk waar; ik was te veel gepreoccupeerd om te kunnen luisteren."

„Als het mijne schuld is, zou ik het moeten goedmaken, want ik herstel gaarne eene begane fout," hernam Eckbert; „maar

wat juffrouw B " — hij zag naar mevrouw, die eenigszins

scherp herhaalde: „Berthier — juffrouw Renée Berthier."

„Wat juffrouw Renée Berthier bedorven heeft, staat niet in mijne macht te verhelpen ..

„Ik ben niet gewoon mij zelve te sparen, als er iets te herstellen valt," gaf ik ten antwoord.

„Een goed beginsel, juffrouw Berthier, dat u in het leven te pas kan komen," hernam Eckbert.

„De onderstelling reeds is niet galant, mijnheer," merkte mevrouw aan.

„Ik had de oprechtheid u te waarschuwen, mevrouw! dat ik niet galant ben; niet meer man van de wereld, schoon ik er vroeger voor doorging; maar sinds heb ik betere dingen te doen dan mij op te houden met de sociale leugens, die men vleierij en galanterie noemt. Ik heb u zelfs de bekentenis gedaan, dat ik een vrouwenhater ben."

Sluiten