Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen: men had hem indertijd voor het hoofd gostooten, door hem de leverantie van steenkolen te weigeren, toen die nog de moeite waard was; — neen! aan eene verzoening met Feuer was niet te denken. Men kan het toch beproeven, zei Eckbert; ik zal er mijn best toe doen. En het gelukte hem de veete uit te delgen. Feuer was een schrander en ondernemend man, die aan de voorstellen van Eckbert gehoor gaf, omdat hij in dezen een gelijkgezinde erkende. Hij zelf kon wel is waar zijne zaken niet verlaten, om persoonlijk aan de wederoprichting van de gezamenlijke industrieele onderneming mede te werken ; maar hij gaf goeden raad, hij had vele connectiën, hij wist hulpbronnen aan te wijzen, die men maar had te openen. Zoo Z. kon worden opgenomen in het spoorwegnet, dat reeds tot R. reikte; zoo er eene verbinding was tot stand te brengen door de rails tusschen die beide plaatsen, dan was de eerste conditie tot herleving en bloei vervuld; maar men kon dit niet met eigene, zelfs niet met vereenigde krachten ten uitvoer brengen; men moest de welwillendheid der regeering inroepen; men moest den officieelen weg gaan. Wilhelm Feuer, die wat te zeggen had in het mijn- en bergwezen, had gedurende een verblijf te Berlijn kennis gemaakt met een man, die toen nog onbekend was, maar sinds eene autoriteit was geworden, waar het publieke werken, vooral spoorwegen gold. Als men dezen voor het plan kon winnen, was alles gewonnen; maar wie zou hier de kat de bel aanbinden? Geen der Oostfriesche Witgensteyns was daarvoor de man. en "Wilhelm Feuer kon zijne werkzaamheden aan geen ander overlaten. Eckbert Witgensteyn zou het ondernemen, onder voorwaarde dat zijn oom van R. in vereeniging met zijn broeder Rudolf inmiddels de belangen der fabriek zou behartigen, wat de laatste, nu hij geen ondergang maar hernieuwing te gemoet zag, met verjongde krachten op zich nam. Zoo trok Eckbert Witgensteyn naar Berlijn, als mandataris van de firma.

„Mevrouw, de kapper!" kwam Hendrik aandienen.

„Zoo laat reeds!'' riep mevrouw, verrast oprijzend.

„Ik ook heb mijn tijd verpraat," zei mijnheer; „het vervolg dus later, dames, als gij er meer van hooren wilt."

De séance was opgeheven en vooreerst kwam het niet weer

Sluiten