Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„heden te bewijzen, zonder hem juist voortdurend in onze intimiteit toe te laten. Hij zal er wel middel op weten om daarin „verandering te brengen, zonder dat het iets stuitends heeft.

Ik moest haar opdringen, dat zij zich vergiste; dat de heer "Witgensteyn veel van plagen scheen te houden, maar dat ik het zoo opvatte als dat behoorde, als scherts, die mij op het oogenblik zelf wat animeerde maar verder geen por tóe had.

„Nu, als gij het zóó verkiest op te nemen, is het mij wel," hernam mevrouw met zekere intonatie, die mij liet voelen, dat zij wat gekrenkt was. Zij had het om mijnentwil voorgesteld en — men laat zich niet graag beduiden, dat men mis heeft gezien — vooral als men voor zich zelve de overtuiging heeft, dat men toch goed zag; maar ik heb liever dat mevrouw mij een weinig boudeert, dan dat Eckbert zou verdreven worden. Verbeeld u wat het zou zijn, zoo hij de oorzaak van die verbanning uitvond. Daarbij ... ik wil u die zwakheid bekennen — ondanks menigen schrik, dien hij mij aanjaagt, ondanks de kloppingen des harten, waarmee ik hem steeds zie verschijnen, zou ik het toch nog ergei vinden, als hij zich voorgoed terugtrok, en ik geef de hoop niet op, zoolang er nog leven is. En in dien strijd zelf is leven het is ten minste geene afsnijding — geene verlatenheid. Daarbij zijn er oogenblikken, waarin het mij voorkomt als deed hij zich zelven geweld anders te schijnen dan hij werkelijk is, en ik heb het bewijs, dat hij over Regina van Berchem waakt, al laat hij het wel eens al te duidelijk blijken, dat hij juffrouw Berthier

niet kan uitstaan.

Op zekeren morgen kwam hij met mijnheer ontbijten, en bracht het discours op een boek, dat deze goedwillig uit zijne bibliotheek ging halen; die korte minuten samenzijns nam hij waar

om mij te zeggen:

„Ik eet dezen middag hier met twee heeren uit X., die u kennen; zie een voorwendsel te vinden om niet aan tafel te komen; zij zouden u in de grootste verlegenheid kunnen brengen, en ik wil niet dat gij beschaamd zult staan voor die ploerten.

Eer ik iets kon antwoorden, was mijnheer gekomen met het boek in kwestie, en het ging verder tusschen Eckbert en mij als altijd. Het verwondert mij eenigszins dat mijnheer niet aan

Sluiten