is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

}

door een hoeveelheid watten die in de vloeistof afhangen. Nadat men in den windketel een zekeren druk heeft ingesteld, die aan den manometer wordt afgelezen, wordt de temperatuur van 't waterbad zoover opgevoerd dat de vloeistof kookt. Dan wordt de binnenthermometer afgelezen, waarbij, om de vloeistof goed te doen koken, de buitentemperatuur 2° a 40 hooger moet zijn dan die in het binnenste vat. Door den druk te wijzigen en te interpoleeren bepaalt men de dampspanning voor de gewenschte temperatuur.

Nu is het duidelijk, dat wat hier gemeten wordt, feitelijk niet is de kooktemperatuur van de vloeistof in 't kookvat, maar van het vocht dat zich in de capillairen der watten bevindt. Twee omstandigheden zijn er mogelijk die een verschil tusschen beide zouden kunnen veroorzaken.

Vooreerst, dat bij het opzuigen in de capillairen een electie plaats heeft van de eene vloeistof. Vervolgens dat, daar de vloeistof een andere samenstelling heeft dan de damp, de vloeistof die zich uit dien damp afscheidt niet juist weer de oorspronkelijke samenstelling heeft; Hij snelle afkoeling zooals die in den LlKBIG'schen koeler plaats grijpt, is dit zeker niet het geval maar deze gecondenseerde vloeistof mag natuurlijk om meer dan een reden niet niet den thermometer in aanraking komen. Er komt dus alleen de vloeistof in aanmerking die neerslaat tengevolge van den warmteafvoer langs den thermometer. Latere proeven zouden doen zien dat de zoo gecondenseerde hoeveelheid inderdaad niet gering is '), en liet mag onwaarschijnlijk geacht worden dat door

') Zie blz. 52 vjg.