is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de condities opgespoord te worden, waaronder de feitelijk aanwezige temperatuurverhooging in den damp van zoutoplossingen kan aangetoond worden. Als dit gelukt is, moet in denzelfden toestel de oplossing door zuiver water worden vervangen, wanneer dan elke verhooging der damptemperatuur uitblijft, terwijl het water toch oververhit is, mag eerst geconcludeerd worden tot de standvastigheid van de damptemperatuur in het laatste geval. 1 let scheen het beste, om ons te orienteeren, te beginnen met een herhaling der proeven van Marcet.

Volgens zijn aanwijzing brachten we dus in een kookkolf bloem van zwavel, zoodat bodem en wand met een dun laagje bedekt waren, smolten dat en lieten het stollen. De geheele kolf was nu van binnen overtrokken niet een laagje zwavel.

In die kolf en een soortgelijke, doch zonder zwavel, werden met kurken beckmann'sche thermometers bevestigd. De kurken hadden groote inkeepingen, om den stoom gelegenheid te geven, te ontwijken zonder eenigen overdruk. Ten gevolge van de aanwezigheid van de zwavel in de eene kolf, was er een temperatuurverschil van ongeveer o°,3 tusschen de vloeistoffen. Toch kon voor den damp een verschil van o",ooi niet geconstateerd worden. Werden de beide thermometers in den damp geplaatst en daarna met elkander verwisseld, dan stegen zij in den damp van de andere kolf tot juist dezelfde temperatuur als zij in de eerste bereikt hadden. Om nu te zien of dit aan storende invloeden moest toegeschreven worden, werd aan beide kolven zout toegevoegd. Onmiddelijk steeg de damptemperatuur o",3 a o",4,