is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vraagstuk is dus hier opgelost voor alle mengsels van het paar met de damgdrukken pA en pB. Ue samenstelling vau het bedoelde mengsel wordt aangegeven door de grootte van pj.

We vinden weer voor de richting der raaklijn, die. zooals wij zagen, tevens de richting van de raaklijn der gederiveerde isotherm is:

jn p)"(p p3n ) j = VjP-j 'JP'i p)(pi Pa) (Pl p)(p Pa)]

Naar behooren vinden we ^ dus steeds < O. want p„—p > p- pj en p,—pv > p—Pa

Voor het tweede differentiaalquotient krijgen we

,d2v 2v:,p,,

(P«- P) (P—Pa ) JpS— (pB p) (p pa) x

X [(Pa + P»—2P) (P>—P) (Pl-Pa) + (P—po2 (Pl--P)l

d3v d3p

Omtrent de verhouding van en „ geldt weer

n dp~ dv-

hetzelfde als boven.

Het is dus duidelijk, dat zoolang 2p < pA -|- p„, dus x < »/,, de kromme steeds bol is naar beneden (Fig. 12l). Is daarentegen x > dan is voor p = p, de geheele factor negatief; het is dus duidelijk dat de gederiveerde isotherm voor die mengsels aan den kant van den grootsten druk hol naar beneden moet beginnen. Maar ook hier kan zich slechts één of geen buigpunt voordoen. Immers:

F(p) = (p v + Pd —2p) (p,p) (Pi— Pa) + (p—Pa)2 (Pl~p)

F'(p) = — 3[(Pi— P)2 + (Pi—Pi) (P*+ P« P)J

en dus geldt dezelfde redeneering als boven.

Gaan wij nu na voor welke mengsels het buigpunt,