is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitstekende wijze gemengd. Met is zeer gewcnscht, dat F den bolvorm hebbe. Niet alleen, omdat dan het mengen veel intensiever is. dan bij een langwerpig vat, maar ook om een andere reden nog. Enkele proeven werden gedaan met een langwerpige buis, die gemakkelijker scheen om de vloeistofbuisjes in te brengen. Maar het gebeurde wel eens, dat de massa glas van het gesprongen buisje zich vastzette in het bovenste gedeelte van deze buis, boven de vloeistof. Hetzij, doordat zoo een goede communicatie tusschen de vloeistof en den manometer bemoeilijkt werd, hetzij door capillaire invloeden in die massa fijn verdeeld glas, er werden dan inconstante drukcijfers verkregen. Eerst nadat, door langdurig tikken, de geheele glasmassa beneden de vloeistofoppervlakte was gebracht, werd dan volkomen constantheid bereikt.

Het bolletje F draagt nog de buis G. Deze dient om de vloeistofbuisjes H in F te doen inglijden en wordt dan dicht gesmolten; zij moet daarom i a i' -j cM. wijd zijn. Nu eischt echter het herhaaldelijk dichtsmelten en weer openen van G voor nieuwe buisjes, dat G vrij vaak vernieuwd worde, maar het aanzetten van zoo wijde buizen aan een toestel, die niet voor de blaasvlam heen en weer te bewegen is, maar een vasten stand op tafel moet hebben, is niet gemakkelijk, mislukte mij althans herhaaldelijk. Ik laschte daarom tusschen E en F weer een dikwandige capillair in. Na elke proef werd deze doorgesneden, zoodat men nu het bolletje F met zijbuis voor de blaasvlam gemakkelijk kon hanteeren. Was 1* van een nieuw buisje voorzien en (j weer dichtgesmolten, dan werd 1111 de capillair K weer aan elkander geblazen, wat 11a eenige oefening met volkomen zekerheid steeds