is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu alle vloeistof in de onderste afdeeling gebracht en deze, aldus geheel gevuld, afgesmolten, nog steeds bij verlaagden druk. Het resultaat van de eerste, aldus verkregen buisjes, was uitermate bevredigend. Bij dezelfde temperatuur (ik had deze wegens de zomerwarmte moeten verhoogen om boven kamertemperatuur te blijven) vond ik: 133,40, 133-46 en 133,44 mM.

Daarmede scheen aan alle te stellen eischen voldaan te zijn en ik wilde aan de bepalingen voor mengsels beginnen. Zooals misschien reeds van zelve duidelijk is, was de bedoeling, daarbij juist zoo te -werkte gaan als bij de enkelvoudige stoffen, met dit verschil alleen, dat men twee buisjes in den bol F brengt, waarvan elk een gewogen hoeveelheid vloeistof bevat. Ik koos daartoe het paar tetrachloorkoolstof en chloorbenzol, omdat deze stoffen bijna gelijken kritischen druk hebben ]) en dus te verwachten was dat hun px(-lijn een rechte zou zijn '2). De bepalingen met chloorbenzol gedaan, om mij te overtuigen, dat ook hier een constante waarde verkregen werd, verliepen echter veel minder mooi.

De uitkomsten waren in mM. kwik voor 1 = 1 58 van den Bix KMANN'schen thermometer :

>) Volgens YOUNG is de kritische druk van CC14 : 34180 mM. (J. Chem. Soc. 59 p. 928) en die van C,H,C1. : 33926 a 33998 mM. (J. Chem. Soc. 55 p. 518).

'') Zie: Z. PhySIK. Ch. 36 p. 52 vlg. De beide stoffen voldoen aan den eisch van normaliteit. Voor CCI4 zie blz. 67. Bepalingen van de dampdichtheid van C,H,Cl zijn mij niet bekend, maar daar deze stof in vloeistofvorm enkelvoudige moleculen heeft (Zie Ramsay & Shiei.ds 1. c. p. 464, en Guye 1. c. p. 41, 171 en 467) is de normaliteit van den damp zoo goed als zeker.

12