is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daartoe construeerde ik den toestel, door fig. iS voorgesteld. De inrichting en het gebruik ervan zal, na de uitvoerige beschrijving van den eerst gebruikten, met weinig woorden toe te lichten zijn. In het bolletje F, komt het buisje met de vluchtigste stof, in F, het andere. De bol 03 wordt, nadat de geheele toestel leeggepompt en afgesmolten is, opgehaald tot de kwik ongeveer ter hoogte van I) staat. Nu wordt de druk in F, en F., bepaald, daarna de buisjes gebroken en de stand van de kwik weer afgelezen. De druk in tv, is dus op volkomen dezelfde wijze bepaald als in den anderen toestel, bij de bepaling van den druk in Ft wordt een dubbele afleesfout gemaakt, maar deze is toch te klein om te storen. De bollen D zijn aangebracht, opdat bij het ontstaan van overdruk in Fp de kwik door den schok niet naar F., overloopt; men kan nu in de buis F meer kwik brengen en dus grooter overdruk verkrijgen bij dezelfde hoogte van F. Nadat de druk constant geworden is. wordt de toestel uit het waterbad genomen, de bol O., zoover naar beneden gelaten, dat de kwik in de buis A komt te staan en nu Fs in ijs afgekoeld, terwijl F, zacht wordt verwarmd. Binnen een minuut of tien is alle vloeistof van F, naar Fs overgedistilleerd; nu wordt, om te zien of alle vloeistof uit F| verdwenen is, sterker verwarmd; daalt daardoor de kwik in B niet meer, dan wordt de distillatie als afgeloopen beschouwd en de bol Os weer opgehaald. Men krijgt nu een scherp criterium, of men de distillatie niet te vroeg heeft afgebroken. Immers in F, was de meest vluchtige vloeistof, mocht daar nog een druppel zijn overgebleven en brengt men 1111 den geheelen toestel in het waterbad,