is toegevoegd aan je favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er nog een zekere hoeveelheid als zoodanig achterblijft. De samenstelling van den damp bij den gemeten druk is dus niet die van de vloeistof die men ingebracht heeft, maar er moet een zekere correctie aangebiacht worden. Deze correctie is echter op de volgende wijze te vinden. Laten de massa's van de beide stoffen, die men ingebracht heeft, zijn: g, en g,, het volume van het vat v, de gemeten druk p,. Heeft men nu te voren de lijn xt = f(p) bepaald, dan kan men dus uit p, de samenstelling van de overblijvende vloeistof: x, vinden. Zij nu de hoeveelheid van die vloeistof q dan heeft men de volgende vergelijkingen:

jt1.

q*i + f 31 Pixi v = e.

q(i_xi) + f"l2p(i—x,)v =

Hierin zijn m, en m2 de moleculairgewichten der beide stoffen en f is het gewicht van i L. waterstof bij 760 mM. en de temperatuur der meting. Uit deze vergelijkingen kan dus x3, met q de eenige onbekende, berekend worden. De geheele bepaling beperkt zich dus tot een volumemeting, eens voor goed, en een drukmeting. ]) Om die drukmeting uit te voeren, heeft

>) ik heb bemerkt, dat ook op dit punt Plücker mij 50 jaar vóór was (1. c. p. 215 vlg.), maar ik geloof niet, dat hij gunstige omstandigheden gekozen heeft voor het toepassen dezer methode, zoodat zijn proeven niet als een staaltje van haar brinkbaarheid kunnen dienen. Toch betreur ik het zeer, met 1'LuCKER's belangrijken arbeid eerst zoo laat kennis gemaakt te hebben; deze had anders misschien veel grooter invloed op mijn werk kunnen hebben. Zoomin als over het op blz.->01 besproken punt, is, naar mijn weten, over dit deel van Pi.ücker's onderzoek sedert iets

gepubliceerd.