is toegevoegd aan uw favorieten.

Photometrische waarnemingen van de verlichting bij fijnen arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mente" zoo zegt hij1) „bricht zweifellos eine neue Aera in der Erforschung der (Schul) beleuchtung an.

Hoe zal men nu echter de sterkte van diffuus licht in cijfers hebben uit te drukken. Om dit duidelijk te maken geef ik weer, wat Weber zelf, bij de beschrijving van zijnen photometer, hieromtrent zegt.

Men wil b.v. weten, hoe groot de hoeveelheid licht is, welke op de vlakteeenheid van een glad oppervlak valt, dat een bepaalden stand, (horizontaal, vertikaal, enz.) heeft. Deze hoeveelheid licht noemt W. „indizierte Helligkeit . De maat nu hiervoor is de meterkaars, d.w.z. die hoeveelheid licht, welke dat vlak ontvangt van eene bepaalde lichteenheid (Hefner-Alteneck, Lond. Parlementskaars of andere) op i m. afstand, in loodrechte richting. Eene „indizierte Helligkeit" van 20 m.k. wil dus zeggen, dat het vlak zooveel licht ontvangt, als het zou ontvangen van 20 normaallichten, op 1 m. afstand, in loodrechte richting.

In t kort weergegeven, komt nu de Weber sche photometer op het volgende neer:

Het in fig. 1 en 2 afgebeelde instrument bestaat uit de buis A., die op het statief zoodanig wordt bevestigd, dat de buis, en met deze de geheele photometer in horizontale richting om het statief kan draaien. De buis B. wordt aan A. bevestigd in dier voege, dat ze loodrecht ten opzichte van A. staat, en eveneens

') vgl. H. Cohn. Tageslichtmessungen in Schulen. pag. 5.