is toegevoegd aan uw favorieten.

Photometrische waarnemingen van de verlichting bij fijnen arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor dit doel legt men juist op die plaats (voor mijne onderzoekingen dus de plaats, waar arbeid wordt verricht) een dofwit karton van ongeveer 20 c.M. in het vierkant, en richt nu de bewegelijke buis B. op 't midden van dit karton. De afstand tot 't karton is onverschillig, mits men den hoek, dien buis B. met 't karton maakt, liefst niet grooter dan 6o° laat zijn, en men door de oculairbuis niets anders kan zien dan het karton. De gang van zaken is nu weer dezelfde als boven werd vermeld.

Is r weder de afstand op de scala van buis A. dan is

H. = (ind. Helligk.) = C x "p"

waarin C. wederom eene constante grootheid is. De factor 1 komt daarvan, dat voor de z. g. meterkaars de lengteeenheid op 1 is gesteld.

De constante laat zich wederom bepalen door, evenals voor lichtbronnen, weer gebruik te maken van de amylacetaat-eenheid; men legt daartoe in eene donkere kamer hetzelfde witte karton, en verlicht dat loodrecht met die eenheid op een bepaalden afstand R. Is deze afstand 1 M., dan voldoet de verlichting van het karton juist aan de gegevens voor het zijn van de eenheid van verlichtingswaarde, voor 1 M. k. dus. Is R. b.v. 0,5 M. dan is H - 4 M. k.;

in 't algemeen dus H. =

Stelt men nu den photometer in, en leest men r. af, dan is dus