is toegevoegd aan uw favorieten.

Photometrische waarnemingen van de verlichting bij fijnen arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeveer 11 uur, terwijl het weder zeer helder was. Toen vond ik:

R.: pl. 3 - 2°-5 | = 278.47 l. N. M. K. Gr.: pl. 3 = H-2 '

Geval 2.

B., oud 50 jaren, is 36 jaar in het vak, hetwelk bestaat in het vervaardigen van chirurgische instrumenten, etc. Hij heeft een bril met positieve glazen, beide H 2D. Alleen bij bijzonder fijn werk gebruikt hij deze glazen. Last van zijn oogen heeft hij anders niet, ook niet des avonds. Hij heeft tot zijne beschikking 1 of 2 gas-vleermuisbranders; nergens is eenige beschutting voor zijne oogen tegen de directe

vlam zichtbaar.

Zoolang zijn werk zich tot de grovere instrumenten bepaalt, kan hij het doen bij 1 brander. Hij kiest daarvoor een afstand van ongeveer 50 c.M. tot zijn werk. Bij dezen enkelen brander vind ik nu

R-: pl. 1 = 10,3 , 29 3Q L N M K

Gr.: pl. 1 = 9,6 *

Heeft hij daaren tegen fijner werk onderhanden, dan is hij per se genoodzaakt ook den anderen brander te gebruiken, die, bewegelijk op een armpje, naast den eersten kan gebracht worden. Bij deze twee vind ik dan

R.: pl. 1 + 2 15.8 j = 6 L N M K

Gr.: pl. 1 + 2 = 15,8 i

Hij zegt het hierbij te kunnen stellen, maar „tevreden was hij niet".